Dat de genade particulier is - pagina 160
150 die van Eemonstrantsch Gereformeerd werd,
t. w, dat wel de enkele der Heilige Schrift, die voor de algemeene genade pleiten, nog te rijmen zijn met het denkbeeld van een beperkende verkiezing; maar dat er mogelijkheid noch kans op is, om, in welke bochten men zich ook wringe, geheel den gang en het verloop der Openbaring Gods van haar particulier karakter te ontdoen. De Heilige Schrift leert in woorden van volstrekte ondubbelzinnigheid niet door een profeet of apostel, maar door den eigen Zoon van God: „dat de weg nauw is die ten leven leidt, en dat er weinigen zijn, die denzelven vinden"; en ten andere: „dat er wel velen geroepen zijn, maar weinigen uitverkoren." De Heilige Schrift leert ons door Jezus' eigen woord, dat de wijzen en verstandigen daarom het Evangelie niet aannemen, overmits God het hun verbergt. „Ik dank U, Yader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt en hebt ze den kinderkens geopenbaard." Evenzoo, dat „God te kennen het eeuwige leven is," en dat het :
plaatsen
;
of niet ontvangen van deze kennis
7iiet hangt aan 's menschen wil, aan den wil van Jezus „Niemand kent den Vader dan de Zoon, en wien het de Zoon wil openbaren." Een wil zoo ernstig
al
maar
opgevat, dat Jezus zelf verklaart, opzettelijk tot de schare in gelijkenissen te spreken, „opdat ze zich niet te eeniger tijd bekeeren." „Niemand," zoo weerklonk het van dezelfde lippen, ,,kan tot mij komen, tenzij de Yader hem trekke !" En niettegenstaande Jezus vooruit wist, dat Judas voor eeuwig verloren was en hij het lang vooraf beleed: „Uit degenen, die Gij mij gegeven hebt, heb ik niemand verloren dan den zoon des vérderfs," hield de Heere hem toch bij zich en maakte hem aan zijn gangen gewend en heeft zelfs de beurs
hem
gelaten.
Schrikkelijk ....
we
we zeggen
het
met
u.
Om
onzen geest in
te
ver-
indenken. Zoo ontzettend, dat wij, stond het aan ons, dat alles in onzen Bijbel wel zouden willen veranderen. Maar het staat er ... met dat al. En wie zich niet aanstelt, om de Schrift te veranderen, maar zich aan die Heilige Schriftuur wil gevangen geven, die weet dan nu van Jezus' eigen lippen, dat het zoo is! En onderzoekt ge nu al verder in diezelfde Schrifture of diegenen die ten leven komen, dit dan nu aan zichzelf, aan eigen inspanning, aan eigen keus, dank weten? dan verklaart diezelfde Openbaring Gods, dat de mensch er 7iiets aan toe- of afbrengt; „dat ge uit genade zalig zijt geworden;" „dat het niet uit de werken is, opdat niemand roeme;" en dat „beide het willen én het werken" in ons gewrocht wordt door den levenden God. Stelliglijk en op het allerbeslistst wordt u in (Jie Heilige Sxïhrift geleerd, dat alles wat voor uw zaligheid buiten u volbracht moest worden, volbracht was, eer ge geboren waart. En evenzoo, dat gij dit liezen,
als
het
.
:
—
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's