Het heil in ons - pagina 200
190 bespieden
verschijnselen
zoeken
op
te
sporen,
is
en
den
hun
samenhang tusschen haar deelen Maar ze gaan hun recht te
recht.
buiten, zoodra ze op grond der verkregen resultaten een stelsel zoeken op te trekken, dat heel het leven omvatten zal. „Schepping" is een woord, dat de natuurkundige niet verstaat,
want zijn onderzoek kan nooit verder komen dan tot het punt, waarop die schepping reeds volbracht was. Of de natuur haar ontstaan aan God dankt, dan wel eeuwig is, kan de natuurkundige noch weerspreken noch beamen. Voor zoover hij bloot als natuurkundige handelt, weet hij er niets van. Zijn Godszijn
besef,
maken,
dankt
heid zijn
dat
geest,
mag het voor hem geheel de natuur hem zijn
tot onomstootelijke
geloof hij
die
niet
aan
zijn
God
waarheid
predikt, doch die zeker-
natuurkunde, maar aan werkingen in stof en haar krachten niets
met het onderzoek van de
maken hebben. Zoo ook, of de werkingen, die hij in de natuur waarneemt, door een goddelijke kracht gedragen, door 'een goddelijke wijsheid bestuurd, door een goddelijke liefde geleid worden, is een vraag, die geheel buiten zijn onderzoek ligt. Een handboek der natuurkunde mag geen woord over dit vraagstuk meespreken. Over wat wij 's menschen ziel en haar zedelijke eischen noemen, over de onsterfelijkheid en een eeuwig leven, over zonde en schuld, over de verlossing die in Christus is, zelfs over de vraag, of er een God is, die wonderen doet en door zijn gezanten doen liet, heeft de natuurkundige geen oordeel hoegenaamd te vellen. Hij heeft te rekenen met de dingen, die gezien worden; van de dingen, die niet gezien worden, weet de natuurkundige als zoodanig niets. Een natuurkundige als zoodanig heeft geen gemoedsleven hij is een persoon, begaafd met zintuigen om de natuur waar te nemen, en met een verstand, om het verband tusschen haar werkingen in te
te
;
denken. Ziedaar al. Dat een natuurkundige tevens een belijder van den Christus kan zijn en aan de natuur zelve steun voor zijn geloof kan ontleenen, ontkennen we niet. Newton en d'Agassiz zijn ten bewijze. Slechts dit beweren we. Indien een natuurkundige met Newton en d'Agassiz zijn God in de natuur vindt, dan dankt hij dit niet aan zijn natuurkundige wetenschap, maar aan geheel andere factoren, die op zijn menschelijke persoonlijkheid
Dit ooo-
werkten.
nu hebben onze natuurkundigen
verloren.
Ze
hebben
zich
meestentijds schromelijk uit het
aangematigd wat hun niet toekwam;
ontworpen over dingen, die buiten hun gezichtskring lagen; en vooral door mannen van den tweeden rang onder hen is met voorvaak met fanatieken ijver, van het laboratorium een arsenaal liefde, gemaakt ter bestrijding van het overgeleverd geloof. Om een voorbeeld, lang niet het ergste, te noemen. Met groote stelsels
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's