Dat de genade particulier is - pagina 215
:
205 tegenwoordigheid" (Hand. 19 19). „En ook van mij gezien als van een ontijdig geborene" (1 Cor. 15 8). In al welke plaatsen zoo overduidelijk dat geen misvatting mogelijk is, hoogstens op eenige honderden of tientallen van menschen is gedoeld.
verbrandden ten
ze
in
aller
van allen
laatste
is
:
hij
:
Maar nu
zijn
we
er
nog
niet.
het toch, en dat zijn nu eigenlijk de der Schrift, waar we op komen moeten: dat er niets bij staat, dat elke rechtstreeksche bepaling ontbreekt, maar dat desniettemin de zin, de samenhang, de bedoeling van de schrijvers zóó zekerlijk en stelliglijk dat woordeke „allen" tot een kleineren kring bepaalt, dat niemand ter wereld aan „allen uit eene vrouwe geborenen, die er waren, er zijn of er zijn zullen" ook maar denken zeer
Zeer,
dikwijls
gebeurt
plaatsen
kan.
„Totdat de zondvloed kwam en verdierf ze weet toch ieder dat niet alle denkbare menschen, maar alleen de „toen levende menschen", en ook die nog met uitzondering van „Noachs acht zielen" bedoeld zijn. Als het in den Hebreërbrief heet: „Jaagt den vrede na met allen'' (Hebr. 12 14), is het duidelijk dat alleen bedoeld zijn die enkele menschen, met wie ge gevaar „Laat ons goed doen aan allen, maar liept van in geschil te komen. meest aan de huisgenooten des geloofs" TGal. 6 10), legt niemand den last op om alle hongerige Chineezen en Thibethanen te onderhouden, zelfs niet alle gebrek lijdenden in zijn eigen stad of dorp, maar wil alleen zeggen: de noodlijdenden in uw omgeving, voor zoover uw middelen strekken. „Het huwelijk is eerlijk onder allen" (Hebr. 13 4) ziet kennelijk niet op kleine kinderen noch ook op ongehuwde personen, of liever ganschelijk niet op individueele, maar be„onder alle bekende volken." „Allen duidt denkelijk niets anders dan
Zóó
allen",
b.
V.,
als er staat:
dan
:
:
:
:
ben ik alles geworden" (in 1 Cor. 9 22) ziet natuurlijk volstrekt niet op alle menschen, maar kan alleen doelen op die weinige menschen met wie Paulus in aanraking was gekomen. En zoo zou men kunnen voortgaan, om door een eindelooze reeks van plaatsen het voor een ieder overtuigend te doen uitkomen, dat „allen" niet dan hoogst zeldzaam en bij uitzondering van „alle menschen die ooit waren, er zijn of er zullen zijn" bedoeld kan wezen en meest slechts op zeer :
enkele personen doelt. En nu lette men wel op, dat dit niet een eigenaardigheid van het Bijbelsch taalgebruik is, maar in iedere taal zoo staat. Ook in ons Hollandsch spreken we in gelijken zin van „alle inwoners der stad", van „allen die iets te vorderen hebben", van „allen hier tegenwoordig", of ook, met een minder rechtstreeksche beperking, zal men zeggen „al het volk klapte in de handen", zonder in de verte aan de vier millioen Nederlanders te denken; of wil men ook nog dit voorbeeld: „een iegelijk wordt gelast zich voor zes maanden van proviand te :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's