Het heil in ons - pagina 164
!
154 de
gemeenten
heerlijke
eerste,
kunnen
van
den
en
Christus,
die allen, ze
maar
zondigen, maar ze zondigen ook werkelijk, niet slechts in het verborgene van het hart, maar ook met struikelingen op den levensweg, en die struikelingen, ze komen niet maar nu en dan voor, maar „wij, wij allen, roept de gezalfde gezant des Heeren uit, wij allen struikelen in veleJ" 7o. „Zoo Gij^ Heere, de ongerechtigheid gadeslaat, wie zal bestaan ?" niet
130 „Wie zal bestaan?" Een vraag aatuurlijk, volkomen 3). eensluidend met de stellige verklaring: daar is niemand die bestaan kan, dan valt al wat mensch heet in het stof en liggen we met onze onheiligheid overdekt. 8o, „Niemand die leeft zal voor uw aangezicht rechtvaardig zijn!'' (Ps. 143 Een diep uit de ziel opgewelde bekentenis, die onder 2) de drijving des Heiligen Geestes, zoo heerlijk het juiste wit treft: „Niemand die leeft T' Daarna, dan, o, gewisselijk Maar zoolang ge leeft, leeft op deze aarde, u, en allen met u, deze heerlijkheid ontzegd. 9o. „ Wij allen zijn als een onreine en al onze gerechtigheden als een wegwerpelijk kleed'''' (Jesaia 64 6). Een woord dat nog dieper insnijdt wijl het ook steunen afsnijdt op het betrekkelijk goed. Och, zelfs het witte kleed dat u van boven toekomt, wordt reeds doordien gij het aanraakt bezoedeld en doordien gij het met u sleept in het slib der wereld bevuild lOo. „Wij hebben gezondigd en onrecht gedaan!" (Dan. 9 5). Een zielskreet, let wel, een klacht, een uitgieting van het hart voor den Heilige van een groepje bidders in Israël, toen in dat Israël te bidden met den vuuroven gestraft of met den leeuwenkuil gewroken werd. Een bekentenis over de lippen gekomen van een man, wiens wijsheid en vroomheid zelfs het hof van Aziës wereld-monarch verbaasde. En gebeden met en voor dat Israël, toen dat volk des Heeren in de smeltkroes der vernedering en der verdrukking lag en het heiliger en hooger stond in zijn roepen voor Jehovah's eere dan ooit daarvoor of ooit daarna. llo. „Niet dat ik het aireede gekregen heb of aireede volmaakt (Ps.
:
:
!
:
:
ben,
maar
hier
inlasschen,
3 12). Een woord dat we ook uitvlucht af te snijden, als gold een bekentenis als van Daniël toch niet voor Jezus' verlosten en voor de gekochten des Heeren. Want, al gaat het ons begrip te boven hoe men zelf in den Messias gelooven kan zonder te belijden dat Abraham ik
jaag
er
om
naar!"
toch
(Phil.
:
elke
hem gejubeld heeft, moet toch ook ten deze met de zwakheid veler broederen rekening gehouden, en daarom de reeks Schriftuurplaatsen, die we hun voorlegden, met de zielservaring van een NieuwTestamentisch man, van een verloste, van een apostel, van den energieksten van Jezus' apostelen besloten. En nu 12o, „Nu kennen we ten deele en wij profeteeren ten deele, in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's