Het heil in ons - pagina 143
133 weer juist even ver als met Komeinen zeven en landen we nocrmaals aan bij de vraag: „Is er geloof, is dat geloof altoos durend, is dat geloof altoos werkend, of wel kennen ook die wateren van het geloof der ziele hun ebbe en hun vloed?" "Vraagt men nu ten slotte, hoe ten opzichte van die vraag Paulus dan gaan we veiligst met het antwoord aan denzelfden zelf stond, brief te ontleenen, waarin hij dit „ik vermag alle dingen" inlascht, en verwijzen onze lezers dan naar deze drie bekentenissen: 1. dat hij van al zijn medearbeiders die bij hem zijn, met uitzondering van Timotheüs, dit schrikkelijk getuigenis geeft: zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is; 2. dat hij verklaart, nog te worstelen „om de kracht van Christus te bekennen;" en 3. dat hij er ter beschaming van allen valschen roem bescheidenlijk en nederig voor uitkomt: Niet dat ik het aireede gegrepen heb of volmaakt ben!" Hoe men het dus ook wende of keere, hetzij men op den samenhang lette gelijk het behoort, of, naar de vrijheid die deze overgeestelijke personen zich veroorloven, dien samenhang voor niets achte, voor het beweren der Enthousiasten, „dat elk kind van God, zoo hij maar wil, zonder zonden kan leven," blijkt derhalve noch uit het „alle dingen zijn mogelijk" van Jezus, noch ook uit het „ik vermag alle dingen" van Paulus, ook maar een zweem van bewijs afleidbaar te zijn; indien althans eerlijkheid van betoog en logische gedachtenontleding voor den Christen nog zullen gelden. Toch bega daarom niemand de onbarmhartige wTeedheid, om deze overspannen en jubelende broederen deswege van valschheid in geschrifte ten opzichte van Gods heilig Woord te betichten. Veeleer zijn we volkomen overtuigd, dat de zangers en sprekers die deze woorden aanhaalden en overnamen, geheel te goeder trouw te werk gingen en van dit misbruik van Gods Woord terstond zouden hebben afgelaten, indien ze geweten hadden wat ze deden.
Och, de zaak
is
eenvoudig deze.
de thans behandelde hoort men telkens op de lippen nemen, buiten elk Schriftverband. Dus doende went men zich er aan, een zin naar eigen goedvinden aan de daarin voorkomende gedachte En in dien zelfgekozen zin groeit men dan derwij s in, te hechten. dat, ook al leest men het soms vluchtig in den samenhang over, het
Woorden
vermoeden
als
van „valsche Schriftverklaring" niet oprijst. Schriftstudie zou natuurlijk een einde aan deze „Schimmelplanten op het Woord" maken, maar .... helaas, aan die degelijke studie van de Schrift hapert het juist. Ja, hapert het in zulk een mate, dat we geen oogenblik twijfelen, of ook na deze onverbloemde tegenspraak, zal het misbruik van deze Schriftwoorden toch wel ongestoord elijk zijn gang blijven verStudie,
zelfs
degelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's