Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 133

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 133

3 minuten leestijd

!

!

119 eens op, wat er zoo om u gebeurt en zeg dan zelf ge van zulk een Jesaia's oogmoed nog veel merkt, en of niet eer een ieder in den waan schijnt te verkeeren, dat zijn lippen althans goed en heilig genoeg zijn, om er het heilige over te laten vloeien als een stroom. o, de apostel van Jezus wist het wel, welk Indien we zeyyen een verleiding, welk een gevaar, welk een zelfmisleiding er in dat zeggen schuilen kan, en daarom vermaant hij ons zoo roerend, om aan dat doorslaan ia ons „zeggen" toch een einde te maken, om dit ons „zeggen" toch onder de tucht van den ernst der waarheid te brengen, en liever tienmaal niets te zeggen, waar we iets zeggen konden, dan één, één enkel maal iets te zeggen, dat onheilig zou zijn voor God. De „leere Christi" is zoo aangrijpend ernstig. Luister maar hoe alle mond onder alle volk aan alle einden der aarde zwetst en gonst en rusteloos raast tot vermoeiens toe, al lachend, al joelend, al gekscherend, altijd die kleine tong in beweging, en die lippen gaande op en neer. En nu komt de „leere „Christi," en werpt opeens onder die gonzende menschenwereld de verklaring „Gij o mensch, rekenschap geven van elk ijdel woord, dat ge zult zult,

En merk nu

eens,

of

:

gesproken hebben!" Maar hier bij Johannes gaat het nog dieper. Als deze apostel, die meest zwijgend, weinig sprekend, aanlag in Jezus' schoot, ons en met ons heel de kerk van Christus toeroept Indien wij zeggen ! dan heeft volstrekt niet meer het oog op ijdelpraterij en gesnap en geklap, hij maar op een nog veel erger misbruik, dat we van het spreken maken, door ijdellijk te bazelen van het heilige; 't zij we over de voorwerpelijke waarheid spreken, 't zij we spreken over hetgeen persoonlijk omgaat in ons zelf. Het eerste gevaar bestaat vooral voor de bedienaars van het ambt des Woords. o, Een prediker bekleedt een gansch begeerlijk ambt. Gezant Gods bij zondaren te mogen wezen en te mogen bidden, alsof God door ons bade: „Laat u met God verzoenen!" is prachtig, is wegsleepend schoon. Maar vergeet ook niet de schaduwzijde. Zulk een prediker verkeert in duizend gevaren, om het heilige te misbruiken. Om door zijn ambt een troon voor zichzelf op te richten. Om zich in te beelden dat die menschen er zijn om hem te hooren, en dat niet hij er is, om die zielen te troosten. Om een kerk om zijn persoon als middelpunt, in stee van om het Woord des levenden Gods, Bovenal om telkens veel heilige dingen te zeggen, te verzamelen. zonder dat de ziel er bij is en het dus waar is op zijn lippen. Ontzettende gevaren Eer een kemel door een naald, dat dat een rijke zou er niet bijgevoegd mogen worden, dan dat een drager van het ambt inga in het Koninkrijk der hemelen Gemeente, bid voor uw predikers Ze zijn zoo eiken dag, vooral op den dag des Heeren in gevaar :

.

!

!

.

.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 133

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's