Dat de genade particulier is - pagina 255
345 gebracht Schriftbezwaar nog heelwat meer gezegd. Want zie toch, achter dat zeggen: „Als het dan toch alles vooruit bepaald is, waartoe elkander dan nog vermaand!" schuilt eigenlijk de nog veel ernstiger
bedenking: „Och, laat dan de uitverkorene maar zoo goddeloes leven wil, dan komt die er toch zeker, en laat de verworpene dan hij nog zoo'n engel van een mensch wezen en op het hartroerendst om En het genade smeeken, dan komt zoo'n ongelukkige er toch nooit
als
T
over die gruwelijke, schrikkelijke aanklacht tegen het verkiezingswerk des Drieëenigen dat we wel terdege ter handhaving van Gods eere nog een afdoend woord te zeggen hebben. En dan sta al aanstonds op den voorgrond, dat er van gansch deze aandoenlijke voorstelling, alsof er zoo bij hoopen menschen zouden zijn, die op het hartroerendst om genade smeeken en dat God ze toch in hun ellende laat, eenvoudig geen woord waar is. Dit zal men toch wel toegeven misbaar en drukte van woorden doet niets af, het komt is
:
aan op de oprechtheid. En nu staat dit vast, dat niemand, wie ook en waar ooit ter wereld, in de oprechtheid zijns harten om verzoening en vrede heeft geroepen, of hij is van God verhoord. Dat mag en moet alzoo uitgesproken op grond van Gods eigen Woord; afgaande op zijn stellige beloften; wetende dat zijn onderpand niet liegt. En heel de fout van onze tegensprekers ligt dan ook enkel daarin, dat zij zich voorstellen, dat iemand, wie ook, zoo maar uit zichzelf, buiten God om, tot zulk een oprecht berouw ooit zou komen. En kon dat, ware dat denkbaar, dan ja, dan zou er voor de uitverkiezing geen
nu de Heilige Schrift duidelijk, dat het vijandschap tegen God is, „want het onderwerpt zich der wet Gods niet, want het kan ook niet", dan moet men toch immers toestemmen, dat de broeders, die met dit verzonnen en denkbeeldig bezwaar op de baan komen, niets dan den ouden Pelagiaanschen zuurdeesem weer aan het gisten brengen, leerende, dat
plaats overblijven.
bedenken
des
Maar
leert
vleesches
de zondaar, zonder levens vernieuwing van Gods komen kon tot oprecht berouw.
zijde,
ooit ofte
immer
Iets meer is aan van de aan dit bezwaar aangehaakte bedenking, „dat een uitverkorene, al leeft hij er dan nog zoo goddeloos op toe, „Iets" zeggen we; w^ant gelijk het daar staat, er toch zeker komt". dat bezwaar natuurlijk de meest goddelooze aanklacht tegen Gods is
—
heilige
heiligheid,
die
zich
maar denken
laat.
Maar
„iets" ja,
is
er
wel van aan, en dat iets bestaat hierin, dat het geloof nu feitelijk niet opeens uit de zondaars een stel brave hendrikken maakt. Een kind van God is heel wat anders dan een brave hendrik. Bij zoo'n brave hendrik komt het op preciesheid van uitwendige ingetogenheid aan; op inpersing in een keurslijf van menschelijke voorschriften; op den schijn. Reden waarom zelfverheffing op dat schijntje
dan
toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's