Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 42

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 42

3 minuten leestijd

:

het aardsche te spreken, maar, ingeleid in de kennisse van Gods volzalig wezen, met een nieuwe tong den lof des Allerhoogsten, zijn deugden en volmaaktheden uit te spreken, dan volgt uit de algemeene

Johannes zijn uitspraak kleedt, dat de zondaar, in de aarde voortgekomen is, d. i. in zijn natuurlijken toestand, zonder een andersoortige, tweede geboorte, tot die verheerlijking van zijn God niet kan geraken. Was het dan allicht volgens den Dooper voldoende, indien door de Profeten of door den Messias de kennisse Gods den zondaar uit den hooge werd aangebracht? M. a, w. was wel de zondaar tot het vinden, opdelven en naspeuren van de kennisse Gods onbekwaam, maar niettemin in staat, om, wierd hem die kennisse meegedeeld, ze na te spreken en aan te nemen? Ook dat niet. Daarom wezen we in de tweede plaats op zijn niet minder bekende uitspraak Joh. 3 27 „Een menscli kan geen ding aannemen, zoo liet hem uit den hemel niet gegeven zij^ Aan de bekeering moet derhalve „een gegeven zijn uit den hemel" voorafgaan. stelling,

zoover

waarin

hij

uit

:

toch, klemmender nog en verreweg het geschiktst, om ons standpunt van Johannes helder te doen inzien, is wat Mattheüs ons van zijn prediking bericht. De Dooper wendde zich met zijn boetprediking uiteraard het eerst en meest tot de Joden zelven, en slechts terloops en bij manier van uitzondering ook tot de heidensche krijgslieden. Israëlieten riep hij tot bekeering. Dit juist stootte. Had dan een onderwezene in de wet, een afstammeling van Gods uitverkoren volk, een ijveraar voor den Jehovah der vaderen, nog bekeering van noode ? Zoo murmureerden zeer natuurlijk de Pharizeeën onder elkander en ergerden zich aan den Prediker, die Israëls volk scheen te beleedigen. Daartegen heeft de Dooper zich te verdedigen, en hij doet het met het weder woord: „Indien gij dan meent, krachtens uw behooren tot Israël, reeds bekeerd te zijn, brengt dan vruchten voort der bekeering waardig," vruchten, waaruit die bekeering blijkt. Doch hierbij blijft hij niet staan: dieper, tot achter de bekeeriug dringt hij door, het ligt in het kind zijn van Abraham. Zegt niet bij uzelven: „Wij hebben Abraham tot een vader," want ik zeg u, dat God ook uit deze steenen Abraham kinderen verwekken kan. NaOm een kind naar den vleesche tuurlijk niet in vleeschelijken zin uit Abraham te doen geboren worden, is God zelf aan de afstamming uit Abraham gebonden. Geesteskinderen van Abraham zijn dus bedat deze geestesdoeld, en nu verklaart de Dooper drieërlei: lo kinderen niet vanzelf ontstaan, maar door God verwekt worden; 2o. dat de Heere in den regel deze geesteskinderen uit Abrahams nakroost verwekt; maar 3o. dat de Heere hierin zoo weinig gebonden is, dat Hij desnoods uit deze steenen geesteskinderen aan den patriarch zou kunnen verwekken.

Maar

het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 42

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's