Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 76

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 76

3 minuten leestijd

66 Verbonds, ook Simeon, straks Jezus zelf, en eindelijk zijn Apostelen, van een „steen" een „kostelijken steen" een „eenig fundament" spreken, waarop de Gemeente des levenden Gods rusten moet, is ontegenzeggelijk waar, doch bewijst niets. Immers in het boek der Openbaring staat duidelijk: „En de muur der stad had twaalf fundamenten en in dezelve de namen der twaalf 14). Bovendien beeld en beeld mag Apostelen des Lams", (XXII niet verward. Denkt men de Gemeente met Christus als één geheel, dan is God de Yader de Kunstenaar en Opperste Bouwmeester, en bijgevolg de Christus fundament voor den bouw. Neem ik daarentegen Christus zelf in het beeld van den Bouwmeester, en stel ik mij dus de Gemeente voor als door Hem gewrocht, dan behoeft het geen betoog, dat het fundament buiten Christus moet gezocht worden in dien steen, dien Hij het eerst aangrijpt om hem als hoeksteen voor den grondslag te leggen. Even doelloos is de verwijzing naar de verloochening. De Heere „Ik zal u zegt uitdrukkelijk: „zal Ik mijne Gemeente bouwen." geven de sleutelen des Koninkrijks." Er wordt gedoeld op een feit, dat eerst in de toekomst tot werkelijkheid komt. Van den tijd na de verloochening, niet van de maanden die nog voorafgingen, is sprake. De bouw der Gemeente begint eerst na Jezus' verrijzenis uit de dooden, want „de Heilige Geest kon nog niet komen, dewijl Christus nog niet verheerlijkt was." De vorm Petra behoeft na het aangevoerde nauwlijks meer besproken te worden. Letterlijk zegt de Heere tot hem „Simon Jonaszoon, Ik noem van nu af uw naam Botsman en op deze Rots zal Ik mijn Gemeente bouwen." Waarop zou nu, naar den eisch der taalkunde, het woordeke deze anders terugslaan, dan op het pas voorafgegane Rotsman? Hoe kan men voorwenden, dat de Heere alsdan had moeten zeggen „en op dezen Rotsman zal Ik mijn Gemeente bouwen" ? Die zoo spreekt, voelt blijkbaar niet, dat de nieuw gegeven naam van Rotsman juist in het terstond daaropvolgende wordt verklaard. Afziende van een eenzijdigheid, die eertijds volkomen verklaarbaar, thans zichzelve weerlegt, handhaven we dan ook dien eenvoudigen zin van Jezus' woorden, die van zelf in het oog springt. Bij het leo-o-en van den eersten steen voor het fundament zijner Gemeente zal die eerste steen Petrus zijn. Gelijken voorrang verleent Jezus hem in zijn lijdensnacht. „De Sathan heeft zeer begeerd u te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude, en gij, zoo wanneer gij zult bekeerd aijn, zoo versterk uwe broederen.'" Een uitspraak, te opmerkelijker om de profetie der verloochening, die onmiddellijk volgt en de aankondiging van felle sathanischc bestrijding, die terstond voorafgaat blijk te over, dat de persoon van Petrus geen oogenblik gedacht wordt als verheven boven den zondig-menschelijken toestand, en dat :

:

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 76

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's