Practijk der godzaligheid - pagina 254
246
De
gedachte aan een leven door een kracht, die uit
uitgaat,
's
Heeren mond
kennen ze nog niet. komt Abraham in moeite
om Sara, Isaak in verdriet om Zoo Eebekka, Jacob in zorge om Jozef en Benjamin, heel Israël in de boeien van het diensthuis. Het is de hongersnood zonder kennis van het hoogere, waardoor deze sombere sluier over Israëls oorsprongen ligt uitgespreid. Ezau vervalt om den honger geheel. Hij verkoopt zijn eerstgeboorterecht om een schotel linzen. Isaak wordt door zinlijken trek naar wildbraad, naar smakelijke oorzaak van een ontzettende tragedie, die straks tusschen de spijze, leden van zijn gezin zal worden afgespeeld. Zóó ver zonk Israël in zijn betrekking tot Egypte niet. Maar dit blijft niettemin, dat de te sterk geprikkelde behoefte aan spijze, aan voeding, aan brood in geheel het leven van de patriarchen een hoofdrol speelt, en dat de band, die Israël aan Egypte bond en zoo de patriarchen als het volk zelf in Egypte bracht, geen andere was dan behoefte
aan
spijs.
zucht om overvloediger spijs voor zich en het vee te hebben, verlokte Jacobs zonen, en hier let men gemeenlijk te weinig op, otn Gosen hoven Kanalln te verkiezen. Kanaan was het land der belofte, het land, door God aan Abraham, Isaak en Jacob toegezegd.
De
Maar Kanaan werd telkens met hongersnood geteisterd en Egypte vloeide van koren en tarwe over. In Egypte was een onuitsprekelijk weelderige natuur, door het vette Nijlslib gevoed. En ook dit verdient opmerking, in Egypte was een geordend Staatsbeheer, om door wetten en verordeningen het opsparen voor de kwade jaren in de vette jaren mogelijk te maken. Toen nu in dat welvarend Egypte de beste streek, het uitnemendste deel des lands, het gewest van Gosen, Jacobs zonen werd aangeboden, begingen ze tot op zekere hoogte de Ezaus-zonde en gaven aan het vette Gosen in het rijke Egypteland de voorkeur. De voorkeur, niettegenstaande Gods woord er was: dat ze in Kanaan een land overvloeiende van melk en honig zouden bezitten in weerwil van de macht des Heeren om het koren te gebieden en de wolken van boven te verordenen, om Israël ook op Kanaans bodem tegen den hongersnood te beveiligen. Israëls levensleuze moest zijn wat de dichter in Psalm 33 zong: ;
Zyn machtige arm beschermt de vromen, En redt hun zielen van den dood; Hy zal hen nimmer om doen komen In duren tyd of hongersnood.
Maar aan deze levensleuze werd
het ontrouw, en die ontrouw boette
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's