Dat de genade particulier is - pagina 217
207
met wie de profeet gevoelde, zoodat
hij
zich ia ééne bepaalde categorie of groep van ze zeggen kon: ,,wij allen."
verbonden
Wil men nu aan het profetische woord geen geweld aandoen, dan men hoogstens in zeer algemeenen zin kunnen toegeven, dat hier in Jesaia 53 onder „den lijdenden knecht Gods" den „Ebed Jahveh", den „man van smarten" bedoeld is, die vrome, godvruchtige kern van het Israëlietische volk, die in de ballingschap, hoewel ze niet met Israël was afgeweken, tienmaal pijnlijker dan de overige Israëlieten den smaad der ballingschap doorzwoegd heeft. In zooverre zou: „Wij dwaalden allen als schapen" zien op Israël en wil dan zeggen: Wij, volk van Israël, als geheel gedacht. „En „ons aller ongerechtigheid", de zonde van heel het volk heeft de Heere doen aanloopen op d. i. zal
den rechtvaardige in
Israël.
vast, dat deze „knecht Gods" in Israël op zeer gebrekkige en onvolkomene wijze drager van een heilige Godsgedachte was, die alleen en eeniglijk in den Messias waarheid kon en zou worden, dan moet toch sterker nog beleden, dat dit hoofdstuk in rechtstreekschen zin Messiaansch is; zóó zelfs dat de Heilige Geest, bij het drijven van Jesaia in het profeteeren, hem woorden ingaf en op de lippen bracht, die eigenlijk slechts van den
Staat
het
nu intusschen
slechts
Messias kunnen worden verstaan. Maar wil men nu met ons in dien zin Jesaia 53 verklaren (en anders verliest deze plaats voor de Universalisten natuurlijk alle beteekenis), dan dient ook erkend: I. dat vdj en ons in dit hoofdstuk niet op „alle menschen", maar hoogstens op dat deel uit de menschen „wij doelt, dat „God zich tot zijn volk" heeft uitgelezen; 2. dat allen" op niets anders kan doelen dan op „alle personen uit dezen kring"; en 3. dat het „dwalen als schapen" zinspeelt op een „kudde herder mist" en daardoor verstrooid werd; maar dan ook bestemming heeft, om „als kudde weder verzameld te worden onder den herder". Indien schapen ophouden te dolen, is vanzelf de kudde weer bijeen. Ten andere wijzen we er, in navolging van onze vaderen op dat die
haar
juist de
van de personen die hier spreken in vers 5, uitdrukkelijk gezegd wordt: „door zijn striemen is ons genezing geworden." Niet dus een „medicijn aangeboden"; wat nog bij allen denkbaar was. Neen, maar ,,genezing" geworden; wat toch volslagen ongerijmd en ondenkbaar zou zijn bij ^allen ; overmits ook naar het gevoelen onzer tegensprekers eeuwig zeer velen wel terdege aan de krankheid hunner zonden voor sterven. „Genezing" is er alleen voor hen die werkelijk tot geloof komen. Dus slechts voor enkelen. Voor allen niet. En eindelijk. Er wordt van deze „wij allen" gezegd, dat ze „dwaaWm hebben dus vroeger als verstrooide schapen op de als schapen." Ze dat dolen heeft nu uit. Ze dwalen niet meer. Maar gedwaald. bergen Ze 'zijn weer een kudde geworden. De herder is gevonden. Iets wat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's