Het heil ons toekomende - pagina 261
.
:
251
Hiermee was
zijn
amht
geo-even.
Was hij de Zoon Gods, de geprofeteerde, van wien geschreven was „Op Hem zal mijn welbehagen rusten," dan volgde hieruit tevens, Hij
dat te
de
verordineerde
was,
om
als
Messias
onder
Israël
op
treden.
den Doop de mededeeling van den Heiligen in gemeenschap te stellen met den Geest, want die gemeenschap bestond van eeuwig en bestaat onverbrekelijk. Ook niet om den mensch Jezus Christus voor zijn persoonlijk leven met den Heiligen Geest te vervullen, want zich den mensch Jezus Christus, ook als kind, een oogenblik buiten de gave des Heiligen Geestes te denken, is Hem lager te stellen dan Johannes den Dooper. Neen, maar ter mededeeling aan den Christus, als Messias, van die ambtelijke volheid des Heiligen Geestes, waardoor zijn pei'soon tot een woonstede van den Geest werd. We ontkennen daarom niet, dat ook voorts het leven van den Christus een leven in strijd en worsteling was, maar beweren, dat de geestelijke strijd na den Doop niet ontwikkeling van den persoon des Heeren bedoelde, maar plaatsbekleedend voor ons was. De strijd aanstonds door de verzoeking ingewijd is niet meer een worsteling, waardoor het orgaan der menschelijke natuur zich in breeder vatbaarheid zal ontplooien, maar eea strijd, die door den Messias, als Hoofd der nieuwe menschheid, in onze plaats doorworsteld is, en juist daarom een karakter draagt, dat hij voor Jezus' persoonlijke ontwikkeling nooit kon dragen, t. w. het karakter van
Daarom
Geest
heeft tevens
Niet Heiligen
plaats.
bij
om den eeuwigen Zoon
verzoeking
Indien gij de Zone Gods zijt! Indien het dan waar is, wat vermoeden in uw ziel geworsteld heeft en nu door de stemme den hooge bezegeld is Indien gij dan de Messias zijt, maak uit steenen brood, werp u van de tinne af, kniel voor mij neer ^) !
als
uit
die
!
1) De voorstelling in dit artikel gegeven, dat de mensch .Jezus eerst bjj den Doop, voor zoo veel zijn menscheiyk bewustzijn betreft, de zekerheid ontving dat Hy de Zone Gods was, heeft aanstoot gegeven. We leiden hieruit nf, dat er in die voorstelling iets onjuist gezegd was. Niet ter wille van menschen, maar uit onvoorwaardeiyken eerbied voor de hoogheilige persoonlijkheid des Heeren, nemen we dit onjuiste, zonder aarzeling, terug. Ter voorkoming van misverstand voegen we hier nog .slechts aan toe, dat naar onze voorstelling: 1. de Middelaar God van eeuwigheid was; 2. geen oogenblik ophield God te zyn; 3. reeds door zy'n moeder moest weten dat Hy de Zoon des Vaders was, en 4. dat het verschil alleen hierover liep, of de Heer van mensch af als kind het volle bewustzijn van z;jn Godheid met zich omdroeg. Hierop nu meenen we te mogen antwoorden: a. als Kindeke op Maria's schoot ontbrak Hem dit menschelijk bewustzijn; h. later had Hij het volkomen; c. er moet dus ergens in zijn leven een oogenblik liggen, dat dit bewustzyn klaar e. volkomen doorbrak d. reeds op twaalfjarigen leeftijd sprak dit sterk in Hem sinds den Doop. Dit laatste is in het artikel te sterk op den voorgrond getreden het voorafgaande te weinig In het oog gehouden. Hierin lag de feil. ;
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's