Het heil ons toekomende - pagina 218
208 een blijvende bestemming voor Gods eer. De stellige dit weten we, dat vleesch en bloed het koninkrijk van God niet beërven zullen," kan slechts uit misverstand ter omverwerping van deze elementaire Schriftopenbaring gebezigd worden. Zoolang vleesch en bloed erven wil oordeelen ze zich zelven. Niet hun, maar uitsluitend aan den mensch, wien ze tot instrumenten Het „vleesch", in zijn zondige ontaarding, zijn, komt de erfenis toe.
eeuwig
leven,
uitspraak:
„Want
gaat onder.
Yraagt men Avelke bestemming dan het vleesch oorspronkelijk had, dieue het beeld van het prismatisch kunstlicht tot opheldering. Op de kust, aan het strand is licht, maar voor den schepeling, die op verren afstand van die kust zijn scheepke stuurt, is dat licht onzichtbaar, onwaarneembaar, het is voor hem als niet bestaande. Zal dit licht voor hem zichtbaar worden, dan moet het omhuld, omkleed en omhangen met glas. Niet met gewoon, maar met fijn en kunstig glas. Met glas dat op den aard van het licht is aangelegd en met de welt die het licht beheerscht in harmonie is. Maar is aan deze voorwaarde voldaan, dan is de uitwerking ook heerlijk. Zóó is het prismatisch glazen omhulsel niet om het licht gezet, of met bliksemsnelheid vliegt de lichtstraal de golven over en springt den
zoo
schepeling in het oog. Zie in dat beeld de geest.
De
gevoelen,
geest
zoolang
geest omhuld,
is hij
beteekenis van het vleesch voor
onzienlijk,
onwaarneembaar,
aan zichzelf
omwonden en met
is
overgelaten.
's
kan zich
menschen doen
niet
Maar nu God dien omhangen
het kleed des „vleesches"
door dat „vleesch" de innerlijke werking van den geest dat vleesch moet evenals het prismatisch glas van de edelste bewerktuiging en met de welt van den geest in verband zijn gebracht. Een losse aan voeging van vleesch en geest is ongerijmd. Yeeleer moeten beiden op elkaar zijn aangelegd en met elkaar in Maar is eenmaal aan deze voorwaarde zuivere harmonie werken. voldaan, dan is de werking ook volkomen en schittert de heerlijkheid van den geest juist in die onafgebroken levensuiting, waartoe het heeft,
u
straalt
tegen.
Ook
den geest instaat stelt. zuiver is, kan men daaraan weten, of het instrument zelf terugtreedt, niet waarneembaar wordt en slechts dient. Is de kustlantaarn ongeschonden, dan straalt het licht van verre door, zonder dat men van het glas iets waarneemt. Zoo ook bij ons lichaam. Naar de harmonie van Gods schepping moet het vleesch de heerlijkheid van den geest laten doorschitteren, zonder zelfs de aandacht te trekken. Daarom lezen we En ze tvaroi beiden naakt en ze sehaamden zich niet. Het glas wordt in brandend licht eerst zichtbaar zoo het gescheurd of bezoedeld is. Schaamte ontstaat eerst, zoo het vleesch, werd gerukt, geen licht des geestes meer wijl het uit zijn verband doorlaat, en als vleesch optreedt. vleesch, als orgaan,
Of
die
harmonie
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's