Practijk der godzaligheid - pagina 153
!
!
145
Dus
nooit
een
soort
kerkelijke
strijd apart.
Op
kerkelijk terrein
roepend en trommelend met de groote trom, om ijverend in uw huis, in uw vriendenkring, op maatzwichten laf te inmiddels nog, in uw persoonlijke aanvechtingen erger of terrein, schappelijk dan is er leugen in u, en die leugen is, het zóó Als bestrijdingen. en en
kan
hoog
niet bestaan.
Neen, maar „een strijden van den strijd des Heeren", „een houden van de wacht des Heeren", „een opgaan tot het waarnemen van zijnen dienst", en „een inkomen in den strijd der strijders Gods", om op alle manier, op elk terrein, elk oogenblik, onder elke verhouding en in elke aangelegenheid vijand van Satan te zijn, en vriend van het Woord, Hiermee zal menige ziel beschaamd zijn, gelijk onze eigen ziel is bij
het neerschrijven.
Och,
wie
zal
zeggen dat
zijn
hij
handen in dezen
strijd
gezuiverd
heeft
Zoo moet het juist. Gods Woord moet telkens veroordeelen, telkens als een louterend vuur door onze beenderen gaan. En het eenige waartegen maar gewaakt dient is, dat de beginselen niet van het ware fundament worden afgeschoven. Gaat men mis, ijvert men voor de kerk, zonder voor God in huis en hart te strijden en praat men dat goed of praat men daar over-
Maar wat nood
!
komen
ons Gods oordeel. onze schuld en richten we de banier van heilige kleuren weer op, en laten we ons veroordeelen, veroordeelen ook met onzen valschen ijver, dan is er hoop, dan is de vergiffenisse ons gewis, en zal de Heere onze God ons voorts geleiden. Hierop komt het dus maar aan, dat een iegelijk zich afvrage: Is mijn kerkelijke strijd een voortzetting van mijn geestelijken strijd tegen Satan en zonde? Zoo niet, laat dan af; zoo wel, ga dan door. Maar dan ook omgekeerd, indien ge de strijden Gods tegen Satan en zonde en leugen voert in huis en hart, dan moet ge ze ook vooi
heen, dan
Maar
komt
belijden
er een
we een
ban en
treft
iegelijk
en in de kerk des Heeren voeren. Wie in die kerk de leugen lustig verderven laat, zonder te ijveren voor den Heere der heirscharen, is ook in zijn geestelijk strijden halfslachtig, innerlijk owwaar en krank. Beiden staan dus geoordeeld. maar die van Zoowel zij die zeggen: „Strijden in de kerk!" als die anderen die aldoor roepen: den geestelijken strijd aflieten „De geestelijke strijd is het een en al! De kerk is maar een vorm." Neen, mannen broeders, de strijden Gods moeten op elk terrein
—
—
,"
gestreden
In en buiten de kerk. Waar ook de schim van Satan op de wanden speelt, knecht des Heeren tot onverwijlden strijd geroepen. VI
is
elk krijgs-
10
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's