Honig uit den rotssteen - pagina 280
266 tot de kinderen van uw geest en de kinderen van uw eigen bloed toe!; dat nlles waarop ge uw hope hadt gesteld, het blijkt dan toch .. werkelijke tnoeite van buiten en verdriet van binnen over u gebracht .
hebben! de eenige die dan moeite afneemt en verdriet stillen kan, dat is dan die lang vergeten of maar half gediende Heere uw God. Zoo wordt dan die God nu het uitnemendste! Het uitnemendste! Iets, wat Hij altoos voor u had moeten zijn. Maar wat Hij in den wortel der dingen, door uw zondige, al is het geestelijke bedwelming, nog nooit voor u, arme misleide, zijn kon\ te
En
LXXXVIII.
Dan
zal
hij
den geest veranderen en zich
schuldig maken,
houdende deze
zijne kracht
Habakuk
voor zijnen God.
1
:
11.
Neen, zoo vlakAveg te loochenen dat er een God is, dat doen de meesten niet. Eer gaat er nog een kreet van afgrijzen uit den volkshoop op, als een nietig mensch, die alleen door Gods lankmoedige genade bewaard wordt, dat hij niet dood neervalt, zijn ruwen mond durft opensperren, om rauwelings zijn God te bespotten, dwaas daar hij
is,
of te loochenen, dat die levende, ontzaglijke
Maar dat
gij,
vrij
zijt.
och,
voor
wat
ik
uzelf,
God
bestaat.
u bidde, beeld u daarom niet te spoedig in, van die gruwelijke zonde der Godverloochening
Zoo denkt wel de natuurlijke mensch, in wien nog niets werkt dan een omgehangen geloof; maar zoo denkt een kind Gods niet meer. Vroeger, toen we er met de ziel nog buiten stonden, konden we dat zeggen der Heilige Schrift: „De dwaas zegt in zijn hart: „Daar is geen God !", zoo goedsmoeds met een hoog hart lezen, en er echt Earizeeuwsch bij denken: „Ik dank U, Heere, dat ik toch niet zoo goddeloos ben als die Dageraadsmannen en Atheïsten!" Toen dacht ons hart in zijn verblindheid „Die dwazen, die zeggen dat er geen God is, dat zijn die ellendelingen, die ik verafschuw; maar ik, ik ben een van die wijzen, die wel heusch tot God bidden!" Zoo is een onbekeerd mensch. Dien gaat het alles hinten zijn hart om. Het is altoos een ander. Nooit hij. Maar als er over die ingebeelde wijsheid van ons donker hart eindelijk hooger, heerlijk Geesteslicht opging, dan ontdekken we heel :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's