Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 198

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 198

3 minuten leestijd

188 comtemplatie, maar rustelooze pijnlijke ervaring heeft den menscli met de macht der natuur bekend gemaakt. Belang in den hoogeren zin van het woord, niet kalme waareerst zelfs angst, niet bewondering heeft den mensch tot neming nauwkeurig letten op de bewegingen der natuur genoopt. Zooals men ;

vijand gadeslaat en naspeurt in zijn gangen, zoo heeft het zijn menschelijk geslacht, elk individu (van de wijsgeeren en natuurkundigen spreken we niet) de natuur om zich en in zijn eigen lichaam bespied en is hij op bedwinging van haar macht uit geweest. Daardoor is de indruk van de macht der natuur zoo diep, zoo blijvend, zoo ontzagwekkend geworden; de indruk, niet van de zee, gelijk men die op het strand; niet van het ijs, gelijk men dat op de rijbaan; niet van het onweder, gelijk men dat uit de verte waarneemt; niet van den starrenhemel en het bloembed, dat het oog verrukt; maar de indruk, dien de zee maakt op den schipbreukeling; van de ijsbergen om de Pool; van den bliksem die insloeg; van den loop der starren voor den woestijnreiziger; van de kruiden voor den kranke; vau elk deel der natuur, waarmee we, als leven of welstand op het spel stond, in aanraking kwamen. In de levens worsteling zelve heeft de mensch leeren inzien dat de natuur niet maar uit stukken en brokken bestond, maar één macht was, niet doode stof was, maar leefde; geen grillig spel speelde, maar orde, wet en regelmaat in zich droeg; niet slechts verschijnsels bood, maar als een ontzagwekkende macht op ons aantrad. Twee machten dus, die op den mensch aandringen. De ééne, die langs verborgen wegen tot hem komt in het verborgen van zijn gemoed en hem inwendig aanraakt; de andere, die van buiten tot hem komt, zijn lichaam aantast en uitwendig met hem in aanraking treedt. Op twee wijzen gestoord is onze rust: door de trilling van het Godsbesef in ons en door de beweging der natuur in ons lichaam en om ons heen. Bestaat er tusschen die twee machten verband? Dus luidt de vraag, die zich vanzelf opdringt, en schier allerwegen heeft de mensch die vraag onmiddellijk toestemmend beantwoord. Twee handen van eenzelfde macht. De ééne hand, die de snaren daarbinnen deed trillen; de andere, die in de krachten der natuur greep en ze beurtelings aan zijn voeten let, beurtelings vernielend op hem wierp. Zoo eerst ontwaakte het besef, dat die natuur en de macht, die in haar werkte, twee waren. Zoo eerst doorzag men, dat niet in, maar achter die natuur de macht school, die haar bruisen en gisten deed. Hoor het van Paulus, den apostel des Heeren, wat ons allereerst in de natuur treft is niet haar orde, niet haar schoonheid, maar uitsluitend haar kracht. Wat toch zegt hij dat, van de schepping der wereld aan, uit 20: de schepselen verstaan en doorzien wordt? Lees het in Eom. 1 „beide, zijn eeuwige kracht en daarna zijn goddelijkheid." :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 198

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's