Het heil in ons - pagina 199
'
'
;
189 VI.
NATUURKUNDE EN NATUURBEWONDERING. Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods is toebereid, alzoo dat de dingen, die men ziet, niet geworden zijn uit dingen, die gezien worden. Hebr. 11 3. :
We drongen er in ons vorig artikel op aan, dat men niet in een verstandelijke beschouwing van de natuur, maar in de levensworsteling met de natuur den steun zou zoeken voor zijn Godsbesef. Wie dien raad veronachtzaamt, wordt, eer hij het vermoedt, door de wetenschap der natuurkunde uit den zadel gelicht. Verbieden kan men die wetenschap niet. De strijd om zelfbehoud, dien de mensch met de natuur heeft aangebonden, dwingt hem haar zoo nauwkeurig mogelijk in al haar gangen en sluiphoeken te bespieden. Kennis is macht. Wil de mensch dus macht hebben over de natuur en haar, overeenkomstig zijn roeping, beheerschen, dan moet haar kennen. Die kennis moet de vrucht van rusteloos onderzoek hij zijn. Om tot kennis te kunnen leiden, moet dat onderzoek vrij zijn. Geen nieuwsgierigheid, maar onafwendbare noodzakelijkheid, mensch tot beoefening der natuurkundige wetenschap.
drijft
den
wetenschap werpt vruchten af. Ze versnelt de gemeenschap ons huisraad; ze verlicht den arbeid; ze verveelvoudigt onze kracht; ze bevordert den lichamelijken welstand; ze werkt de voortbrenging, bereiding en verspreiding onzer voedingsmiddelen in de hand. Die vruchten nemen we gretig aan Dat doet ook de geloovige. Ieder ziet in, dat die vrucht een werkelijk gewin is, om den nood des levens te lenigen of den strijd des levens te verzachten, of den gang des levens te veraangenamen. Dat gewin slaan we niet af. En toch wordt in geloovige kringen de voorspoed der natuurkundige wetenschappen niet zelden met leede oogen aangezien. Velen zouden, stond het aan hen, haar beoefening binnen zeer enge grenzen beperken. Men ducht van den opgang, dien ze maken, schade voor
Die
ze
verbetert
zijn geloof.
De schuld hiervan komt ongetwijfeld ten deele voor rekening onzer natuurkundigen. In stee van zich te bepalen tot hun eigen terrein, bekruipt hun telkens de lust, oordeel te vellen over dingen die geheel buiten hun
[kring liggen.
Dat ze de natuur waarnemen, haar afzien hoe ze werkt, haar bestanddeelen ontleden en weer saamvoesren, de wordinjj van haar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's