Dat de genade particulier is - pagina 260
aso
hen die het licht dan ten deele verduisteren? Ook dan kan er zoo geredeneerd en getwist, soms met bitterheid o, gekrakeeld worden over de teederste, heiligste, diepst gaande levensvragen! Zijn er dan, die naar Gods heilig Woord meenen te moeten belijden, dat de bedoeling van den dood des Zoons van God niet een vage, onbepaalde, in de lucht zwevende en onzekere was, maar wel terdege van zeer bepaalde, bijzondere, vast omgrensde strekking, dan komt men daartegen op in allerlei onheilige manier, en gaat rond bij de lieden, om hun in het oor te fluisteren: „Lees dit of dat blad niet meer!" of ontziet zich niet te vertellen dat er in staat, wat niemand ooit schreef, of valt het aan op personeele, bitse, hoonende wijs. En dan komt het op een pleit, niet van eerlijken zin en zoekende godsvrucht, neen, ach, maar op een jammerlijk pleit van onbroederlijke bitsheid, en dan punt men zijn pijlen, en redeneert voort in alle tegen dezer
Gods
heilige waarheid gevoerd worden, door
waarheid,
hetzij
dan geheel,
hetzij
dorheid, en aan het eind, als men wanen zou, dat men zijn tegenstander nader aan de kennisse van Gods eeuwige liefde zou gebracht hebben, gaat men met een koud hart, in dunk van eigen zegepraal, nadat God en zijn waarheid reeds lang vergeten is, in een geoordeelde stemming der ziele heen. Ook wij hebben er bij het schrijven van deze artikelenreeks, die hiermede ten einde spoedt, weer de droefste, de treurigste, de ellendigste ervarigen van opgedaan. We werden daardoor, om zelf niet te zeer uit den toon te raken, gedwongen, al meer zonder bescheid of wederwoord te laten voortspreken wier tegenspraak ons de zalving des Geestes zou geroofd hebben, zonder uitzicht te bieden op verheldering van inzicht. Stil en rustig zijn we dan ook maar voortgegaan op onzen langen weg, om te getuigen voor wat ons te lang en ten onrechte verzwegen scheen; steeds onvoldaan over onszelven, dat het niet in bezielder gang voortschreed: maar nochtans steeds met dankzegging aan den Heere onzen God, die bij elk nieuw onderzoek, de eigen overtuiging te vaster bevestigde. En naar we eenigszins hopen durven, school er in dit niet meer beantwoorden van de tegensprekers, niet zoozeer hoogmoedige minachting van hun tegenbedenkingen als veel meer de innige zekerheid, dat het eenig middel om ook deze broeders zelf nog te winnen en hun de oogen te openen, juist in het aflaten van alle tegenbescheid moest gezocht. Moeilijk was onze taak. Nadat nu ruim honderd veertig jaren lang alle toongevende en geleerde theologen zoo in Duitschland als hier te lande hun kracht hadden uitgeput in het tegenspreken, weerleggen en bedekken van de particuliere genade; en er dientengevolge ook ten onzent een publieke opinie in de geloofswereld ontstaan was, dat nog aan een „bijzondere verzoening" te gelooven, dwaasheid was; en bijna al onze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's