Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 186

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 186

2 minuten leestijd

176

Ontkenning was geen bewijs, dat hun ervaring metterdaad een was. Vaak ontkent men wat men vreest te moeten toegeven, om niet opgejaagd te worden uit de verschansing, waarin men zich

andere

opsloot.

Tegenover zulk een ontkenning staande, beriepen de stichters der Gereformeerde kerk zich op de menschheid in het algemeen, gelijk staande, zich aan ons voordoet. Dan was het ze, buiten dit geschil feit niet te loochenen, dat men nergens, in geen tijdperk der historie, in een hoek der bewoonde wereld een natie, volk of stam heeft kunnen ontdekken, die niet, op wat lagen trap ook, een soort van En kwamen dan de Socinianen godsdienst en godsvereering had. met hun uitvlucht te berde, dat dit een vrucht was van priesterlist en heerschzucht, dan vroeg Calvijn zeer ter snede, „hoe men op vrees voor de goden had kunnen speculeeren, indien er 's menschen geen besef van Gods aanzijn in het hart had bestaan" (Inst. E el.

Chr.

I.

3.2).

III.

DE INGESCHAPEN GODSKENNIS. Hunne

consciëntie medegetuigende.

Rom.

2

:

15.

De natuurlijke Godskennis is in haar eerste kiem geen vrucht van onderzoek, ons niet aangebracht door opvoeding, niet in ons ontstaan door eenig toedoen van menschen, maar ons aangeboren, onmiddellijk met ons aanzijn zelf gegeven, en daarom onafscheidelijk van onzen menschelijken persoon. een definitie gevraagd, wat een mensch was, schreef Calvijn: Een mensch is een wezen, dat zich door godsvrucht naar God

Om

uitstrekt.

Het zaad der godsvrucht is ons daarom niet aangeboren, gelijk de reuk of het gezicht, vlugheid of tact, kunstzin of talent ons zijn aangeboren. Dit alles zijn bijkomstige eigenschappen, die ontbreken kunnen, zonder dat we ophouden mensch te zijn. De blinde, de onhandige, de man zonder gevoel voor de tonenwereld, is niettemin mensch. Deze eigenschappen vormen dus geen onmisbaar bestanddeel van zijn menschelijk wezen. Ze onderscheiden den een en mensch van den anderen, niet het creatuur „mensch" als zoodanig van alle creaturen buiten hem. Maar met het besef van God staat het anders. Zonder dit besef is de mensch als mensch niet denkbaar. Hij houdt niet op mensch te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 186

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's