Het heil in ons - pagina 67
57
God
brenoft deze veelvoudige werking nooit. Nooit één heeft zich bekeerd, of er lag een goddelijke daad van wedergeboorte achter zijn bekeering, onverschillig of hij zelf hiervan kennis droeg, of er nog
niet van wist.
Was nu
voor de Kerk de mogelijkheid gegeven, ora te onderwelke personen al dan niet het werk der wedergeboorte zijn aanvang had genomen, dan sprak het vanzelf, dat haar roepstem bekeering alleen tot de wedergeborenen zou kunnen uitgaan. tot Alleen bij dezulken toch kan die roepstem doel treffen. Haar opvolgen kan alleen wie ze hoort. Wie ooren heeft om te hooren, die, en die alleen, kan de stem des Geestes beluisteren, die in, tot en door de Gemeente spreekt. Maar die mogelijkheid bestaat niet. Wedergeboorte is een mysterie. Ze grijpt plaats op het verborgen terrein van het onzichtbare leven en is dus ook voor de Kerk onwaarneembaar. Hieruit vloeit voort dat de Kerk hiermee niet mag rekenen, en haar roepstem tot bekeering tot allen moet laten uitgaan. Tot allen, edoch niet tot allen op dezelfde wijs. Anders tot de gedoopte, anders tot de niet gedoopte wereld. De niet gedoopte wereld, die nog buiten elk verband met de Gemeente staat, mist nog eiken aanvang van wedergeboorte en moet dus van de wereld tot de Gemeente worden geroepen. De gedoopten daarentegen behooren reeds tot de Gemeente en moeten op grond van den Dooj) geroepen worden tot het Heilige der heiligen, dat in den Tempel der Gemeente ontsloten is, van den omtrek naar het middelpunt, van de oppervlakte naar de diepte, van het drijven in den stroom des levens tot het drinken van zijn wateren, van het stamelen van den naam van Christus tot de persoonlijke gemeenschap scheiden
in
met den Christus
zelf.
Hieruit volgt, dat de prediking in onze bedehuizen nooit het karakter mag dragen van de zendings-predicatie tot de heidenen. Wie alzoo predikt, miskent den Doop, sluit het oog voor de beteekenis van de Gemeente, rekent buiten het Verbond en laat het krachtigst wapen ongebruikt, waarmee hij den zondigen mensch in zijn hoorders
kan bestrijden. Bekeering is een daad van den wil, niet een geheimzinnige omzetting van ons gevoel. God de Heere brengt ons niet werktuiglijk
we „steenen en blokken" waren, ons als menschen. Zijn werking op onzen persoon is dus zoo als ze voor den mensch past, en bij den mensch, overeenkomstig den aard van zijn wezen, doel kan treffen. Tot 's menschen aard nu behoort het, dat elke krachtige levensuiting product moet zijn van de veerkracht van zijn wil. Die wil, in den zondaar machteloos, moet dus met kracht bezield, moet gestaald en tot zoo o-eheel het leven beheerschende wilsdaad, als de be-
tot
ons heil
maar
Hij
;
Hij trekt ons niet alsof
trekt
i¥»=
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's