De leer der Verbonden - pagina 143
!
133
Maar thans gaan we dan ook zei ven met een gevoel van stillen dank en blijde verrukking tot de beschouwing van de wonderen Gods in dat „Verbond der genade" over. Mocht het ons gegeven worden, die wonderen met zoo teederen ernst in te denken, dat onze eigen ziel en die onzer lezers daarbij zelve de zaligheid van dit Verbond doorleefde; dat het ons zij, of God de Heere ons weer opnieuw, met plechtige eedzwering, de vastheid van dit Verbond aan ons slingerend hart toebracht; en dat uit de rechtstreeksche ervaring van den schat dien het in zich verbergt, de heerlijkheid van dit Verbond worde geteekend.
En voor
dat
ons
zal zoo kunnen zijn, indien eigen hart uit het „Verbond
we metterdaad der
werken"
persoonlijk er
aan
toe
komen. gelooft en belijdt: „Ik stond tegen God op in het heb van den boom der kennisse gegeten; ik heb het verbond der trouwe van mijn God geschonden; ik was het, ik zelf, ik persoonlijk, die Satan ben toegevallen en afgevallen van mijn God," welnu, die zal dan zichzelf ook geen geweld behoeven aan „Ja waarlijk, ove7' mij ging te doen, om in te zien en te erkennen en gaat het oordeel des doods; ik derf de heerlijkheid Gods; in mij ontstond het verdoemelijke; en ik, ik zelf, ik persoonlijk lig in mijn ontzettende schuld, in mijn doodschuld, in mijn eeuwige doodschuld voor den alleen heiligen, heerlijken God!" Want denk u eens in, wat in zulk een staat en toestand uw en ons aller deel zou geweest zijn, indien God Almachtiy het daarbij nu gelaten had, en indien niet een verbond van ondoorgrondelijke (jenade het verbond van de onverbreekbare en onschendbare wet was komen vervangen Er bestond toch voor den Heere onzen God geen verplichting toe. Hij had ons niet behoeven te scheppen, en zie, uit vrije goedheid schiep Hij ons door het Woord zijner kracht tot aanzijn. Toen Hij ons schiep had Hij ons als een lagere wezenssoort kunnen scheppen, en had Hij ons niet behoeven te scheppen in een staat van heiligheid; en zie, uit vrije goedheid was Hij ons een liefderijk Be weldadiger, en schiep Hij ons naar zijn eigen goddelijk
Wie
waarlijk
paradijs;
ik
:
beeld.
En toen Hij ons naar zijn beeld geschapen had, had Hij als Heerscher en Eigenaar ons eenvoudig onder zijn wet kunnen zetten, en zie, in stede daarvan trad Hij met ons in een Verbond van trouw, en opende Hij ons door een heerlijke belofte uitzicht op het zaligst loon van een eeuwig leven. En toen wij nu na al deze goedertierenheden onzes Gods over ons, in plaats van Hem, de Sprinkader onzes levens, aan te kleven met al de innigheid der teederste aanhankelijkheid van het zijn vader minnend kind, het oor leenden aan den eerste den beste, die dien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's