Practijk der godzaligheid - pagina 109
lOJ
En dat was natuurlijk. heur onmiskenbare ziekelij kheden, beseft de kranke gemeente toch, dat ze de zake Gods dieper opvatte, dan deze niet-ziekelijke artsen. Hoe fijner de bewerktuiging, des te meer aanleg voor sleepende ziekten. Van tering hoort ge meer bij een mensch, dan bij een rund. klaagde,
Want ook
er
te
nooit
iets
tegen vermocht heeft.
midden van
al
Slechts is dit hoog- en broodnoodig, dat men ten langen leste in den gereformeerden kring eens in ga zien, dat „gereformeerd" en „doopersch" niet één, maar twee zijn. De dwaling moet te boven gekomen, alsof het „doopersche" alleen maar in den Doop school. Men moet weer uit de historie leeren, dat de „dooperschen" en de „gereformeerden", hoewel in veel punten eenig, toch in geheel hun levens-
beschouwing tegenover elkander stonden. Hadden de „dooperschen" hier het terrein behouden, dan ware ons land nooit van Spanje verlost. Veerkracht in den vrijheidsoorlog is er eerst met het optreden der Calvinisten gekomen. De leus der „dooperschen" was „met een boeksken !" in een hoeksken", die der Calvinisten „Voor den Heere en Gideon al ware het met driehonderd man. Dit komt het sterkst uit op het beslissende punt van allen weerstand, namelijk in beider denkwijze over den oorlog. Want wie het lijdelijke standpunt inneemt, moet tegen den oorlog zijn. Niet in den zin waarin de Christen den oorlog verfoeien moet, maarzoo, als een om wraak schreiende slachting van menschenlevens verklaart en dus dat men den oorlog als zoodanig voor ongeoorloofd participeert. schuldig stelt, wie dien onderneemt of er aan Er is een stem in ons, die terugschrikt op het denkbeeld van ooit menschenbloed met eigen hand te vergieten. Maar er is ook een andere stem die zegt: „Mijn eer boven mijn leven!" Uw lieve kind een arm te laten afzetten is iets allerontzettendst als ge het indenkt, en het kost wat, eer ge tot den heelmeester zegt Ga nw gang! Maar soms kan het moeten. Dat het liefdeloos zou zijn, het tegen te houden. En zoo nu ook onder de volkeren. Het kan zijn :
;
.
:
een natie zich geestelijk om haar eere en haar roeping brengt, indien zij zich zonder moed tot verweer krenken en kwetsen laat. Maar tegen dit alles in hielden de dooperschen vol: Nooit oorlog! Zelfs nog in 1740, dus in kalmer tijden, leerden ze in hun „Kort onderwijs des Christelijken geloofs, uitgegeven volgens last der kerkvergadering van 12 Juni 1697", in een vijfden druk, dus in een boekje dat druk verkocht is: „Maar is den booze met den swaarde te wederstaan, en by gevolg het oorlogen niet noodzakelijk, volgens de wet der natuure, en gevolgelijk een werk waar toe ieder een by gelegentheid verplicht is? „Neen: nadien de Heere Jesus, die Gods wetten zoo natuurlyke, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's