Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil in ons - pagina 91

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil in ons - pagina 91

3 minuten leestijd

81

Om

heeft.

werking de

dat

tot

door

eigenlijke

„edele"

te

geraken

is,

behalve

die „zedelijke"

Woord, die hoogstens als middel dienst doet, nog innerlijke werking van den Heiligen Geest noodig, die het

bovennatuurlijke wijs een Gode betamelijke geschiktheid in ons hart instort en ons wandelen doet in zijn paden.

op

Bij onbekeerden kan daarom wel van „deugdsbetrachting," maar nooit van „heiligmaking" sprake zijn. „Heiligmaking" is het uitsluitend privilegie van Gods kinderen, waarbij zij Gods akkerwerk zijn en Hij de Landman is. Tweeërlei is daarbij Gods arbeid aan hun ziel, naardien Hij eerst den wil van zijn kind richt op wat Hij wil, en dan, feu tweede als die wil, op tegenstand brekend, klagen moet: „Het goede dat ik wil, doe ik niet," een zóó schikken van de dingen, een alzoo inrichten van de omstandigheden en zulk een instorten van krachten in zijn verlosten, dat het desniettemin tot een volbrengen van het goede komt. Van de zij der verlosten komt het dus óók bij de heiligmaking uitsluitend op het „geloof" aan. Dat is het al, dat is het éenige, hetgeen ook in de heiligmaking, de eigenlijke daad van het schepsel Gelooft hij niet, d. i. waant hij een oogenblik met wat hij reeds is. ontving en heeft, zich zelf nu wel te kunnen heiligen, dan staat hij volkomen machteloos, is in volstrekten zin van heilige kracht beroofd, en doet niets dan nogmaals de oude zonde herhalen, nu op heilig terrein en in schijnheiligen vorm. Erkent hij daarentegen, ook na zijn bekeering: „Ik kan niet. Hij alleen kan mijns levens kracht zijn," en komt hij er alzoo toe, uit zijn eigen leegheid tot de volheid in den Zone Gods op te zien, kortom, „gelooft" hij, o, dan vloeit het, dan stroomt het van uit den Hooge en wordt Jehovah, de almachtige Bewerker, heerlijk in zijn heiligen openbaar. Niet alsof de kinderen Gods niet zelf, in eigen persoon, de daden van liefde en gerechtigheid zouden werken. Immers, het verschil tusschen wedergeboorte en heiligmaking bestaat juist daarin, dat de

mensch

de wederbaring volstrekt lijdelijk, en bij de heiligmaking is. Zoozeer zelfs zijn deze daden zijn daden, dat God ze in dit en in het toekomende leven, uit genade, beloonen wil. Bij den Heilige is wel de oorzaak dat het er toe komt, maar Hij laat het zijti kinderen doen, door wil en kracht alzoo bij hen in beweging te zetten, dat Hij het door hen doet en zij het doen in Hem. Met de rechtvaardigmaking staat de heiligmaking dus wel terdege op een lijn, in zooverre beide, eer wij er aan toekomen, niet ten deele, maar geheel, gaaf en volkomen, buiten ons in Christus gegeven zijn en alleen door het geloof kunnen worden toegeëigend. „Evenals hadde ik het al volbracht, wat Christus voor mij volbracht, in zooverre ik !" zulk een weldaad met een geloovig hart aanneem Gesteld derhalve, iemand stierf in het eigen oogenblik van zijn bekeering, dan zou bij zijn ontwaken in de eeuwigheid niettemin steeds

bij

werkend

III

6

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Het heil in ons - pagina 91

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's