Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Practijk der godzaligheid - pagina 54

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Practijk der godzaligheid - pagina 54

3 minuten leestijd

46 Dit brengt tot de vraag: hoe de kerk zich van deze gewichtige taak heeft te kwijteti? Een vraag waarop ons volgend artikel het antwoord geve; nadat we eerst onderzocht hebben wat ten deze het oordeel is der Heilige Schrift. En dan beginnen we aanstonds met er op te wijzen, dat de heilige apostelen van onzen Heere Jezus Christus er reeds de eerste gemeente, en de dienaren des Woords, die in haar midden arbeidden, zeer scherp, met nadruk, telkens en opzettelijk op wezen, dat leer en leer twee waren. Allen, daarover bestond geen verschil, bogen destijds voor het goddelijk, ongekreukt en onbetwist gezag van de Heilige Schriftuur, voor zoover die toentertijd gereed was, d. i. voor de Schriftuur des Ouden Yerbonds. Sporen, dat in die dagen reeds, gelijk thans, de ingeving ontkend of in haar tegendeel omgezet, de waarheid der Schrift betwijfeld, haar echtheid verdacht of haar beslissend gezag ontkend zou zijn geworden, kwamen niet voor. In hun belijdenis omtrent de Heilige Schrift waren én de Joden én de apostelen én de kerkleden het destijds eens. Maar uit den Openbaringsinhoud ontstond nu ook een lee?' in de kerken der apostelen. Dat de waarheid uit de Openbaring moest geput, stemde ieder toe; maar niet ieder putte er hetzelfde uit. Dit kwam aan den dag, zoodra men in eigen woorden weergaf, wat men beweerde als waarheid uit de Heilige Schrift te hebben opgevangen. Dan toch moest het ééne stuk met het andere in verband gezet, en zoo ontstond van lieverlee een samenstel van waarheden, of wil men een leer, die uiteraard, of vervalscht kon zijn óf zuiver. Het breedst wijst de apostel ons op dit reeds destijds bestaan van 1 v.v. waar hij schrijft: „Laat ons dan nalaten een leer in Hebr. 6 het beginsel der leer van Christus, en laat ons tot de volmaaktheid voortvaren", en alsnu als de eerste deelen van de leer van Christus opnoemt: a. het fundament van de bekeering van doode werken; b. het geloof in God; c. de leer der doopen; d. de oplegging der handen; e. de opstanding der dooden; en f. het eeuwig oordeel; terwijl dan tegenover deze eerste zes stukken die in de leer van Christus voorop gaan, de vastere spijs der volmaakten wordt gesteld, niet als trap van hooger geestelijk leven, maar als dieper indringende kennis in den persoon en het werk van den Messias, zooals die niet uit phantasie of ideeën, maar gelijk die uit de symboliek en historie der Heilige Schriftuur wordt gekend. In gelijken zin wordt in Rom. 16 17 gesproken van het voorbeeld der leer; wat wij zouden noemen: den grondtrek, het beginsel, de leidende gedachte, de type der leer. Type toch is het woord dat hier in het Grieksch voor voorbeeld gebruikt is. Yan de oudste gemeente lezen we: „dat ze volhardende was in de leer der apostelen" (Hand. 2 42). Den apostelen wordt verweten: „Gij hebt met deze :

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's

Practijk der godzaligheid - pagina 54

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's