De leer der Verbonden - pagina 142
133
Het verwondert ons dan ook volstrekt niet, dat onze lezers het „Verbond der werken" meer als een studie dan als een stichting aan de hand onzer artikels doorloopen hebben. Och, dat is alle eeuwen door zoo in de kerk van Jezus geweest. Nooit, nooit heeft de menigte der geloovigen langer dan een oogenblik de zieiskracht weten te grijpen, die er tot het onderzoek en indenken van deze aanvangen van onze schuld en van onze verdoemelijkheid zoo onmisbaar is. Vandaar, dat deze belijdenis van het eerste paradijsverbond zoo traaglijk tot volledige ontwikkeling kwam, en toen ze in de vorige eeuw krachtig doorbrak, slechts voor een wijle aller aandacht kon
boeien. acht de eigenaar zoowel als de bewoner van een kostwoning, alle geld goed en deugdelijk besteed dat dient om het houtwerk dat vermolmde te vernieuwen, de verf die afschilferde te verfrisschen, de behangselen die scheurden en vaal werden door betere goed besteed alle geld dat strekt om te verte vervangen, kortom, fraaien en te versieren en te verbeteren wat voor oogen is. Maar indien er om een inscheurenden muur te heelen, werk onder den grond bij komt, en de vloeren moeten opengebroken, en de gravers er de spade insteken, en daar beneden in het donker tusschen de fundamentmuren bij kaarslicht moet gewerkt, dan klaagt de bewoner over de verstoring van zijn huislijken vrede, dan jammert de eigenaar over zijn geld dat in den grond wordt gewerkt en hebben beiden, een onvoldaan besef, dat ze nu als alles eindelijk weer gedicht is, niets van de vrucht van zooveel arbeid waarnemen. En toch is er die vrucht dan wel terdege. Daarin namelijk, dat die muur nu niet verder inzakt, dat de binten nu niet uit hun voegen raken, dat het dak nu waterpas blijft, en dus geheel de opstal van het pand nu veilig bewoond kan worden. En zoo nu ook is het hier. Wie het „Verbond der werken" onderzoekt, graaft in den grond, werkt bij kaarslicht, en schuilt weg tusschen de fundamentmuren om als hij eindelijk den kuil weer gedicht en den marmervloer weer op zijn schulpen gelegd heeft, onwillekeurig de vraag op de lippen te brengen: „Eilieve, wat wont ge nu!" En dan denkt de oppervlakkige: „Hij won niets;" maar wie naar architectenaard zich aanwende, om ook met de fundamentstukken te rekenen, die weet beter, die ziet dieper, die spreekt anders en die erkent wel terdege, dat het onwrikbaar vaststaan van wat boven den grond uit komt wel terdege aan dien hechten onderaardschen bouw
Ook nu nog
bare
;
te
danken is. Het „Verbond der werken" moest dus besproken; moest
eenige
uitvoerigheid
Genadeverbond niet
besproken. te
verstaan.
Zonder
dat
ware
de
leer
met van het
zelfs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's