Dat de genade particulier is - pagina 144
134 de
den
van
glorie
heiligen
God, die ganschelijk op den voorgrond „Onze Yader, die in de hemelen
treedt in dien wegsleependen aanhef:
Uw naam
zijt,
geschiede
worde
geheiligd
!
Uw
Koninkrijk kome
!
Uw
wil
!"
Och, het „Onze Vader" is, als we ons zoo mogen uitdrukken, in merg en been „Gereformeerd." Godes heilige eere 's Christens eerste en bangste bekommering. En al belijdt dan ook een iegelijk, met stil verwijt en diepe schaamte, dat hij zóó het „Onze Vader" o, zoo zelden
wat doet dat er toe, waar het op het kiezen van de rechte beaankomt. Of is het dan niet juist het merk van den diepsten ootmoed, oprechtelijk voor God te belijden, dat onze „stand" bleef beneden onzen „staat"? bad,
lijdenis
En
vatten
genade
van
we dan op dien aangegeven grond het die
natuurlijk alles
dien
teederste
werk der dan hangt
heerlijk
zijde aan,
maar aan de vraag: „Hoe stond hei mei dien zondaar,
God zou komen
Immers met
en diepstindringende
verlossen!"
staat, eer hij zondaar werd, behoeven we ons hier niet in te laten. Wel is er veel gesproken over het zondaarworden van den mensch. „Hoe dat kon? Of God hem dan niet had kunnen scheppen, dat hi] niet viel? Of ook hem voor vallen had kunnen bewaren? En diensvolgens, of het eeuwige voornemen van Gods ontfermende genade niet eigenlijk gesteld moet worden achter den val ?" Maar, ook al ontkennen we het gewicht dezer teedere vragen in het minste niet, toch komt het ons voor, dat de kerk van Christus door den Heiligen Geest geleid is geworden, toen ze nóg het laatst in 1618, op dit punt en voor de vraag die het hier geldt, die vraag afsneed, en oordeelde dat „genade" niet kan uitgaan dan naar wat „zondaar" is. Zonder ons dus op het oogenblik er meê in of er over uit te laten, of er in het raadsbesluit Gods nog een diepere bodem onder de genade ligt, bepalen we ons bij het bespreken van Gods ondoorgrondelijke barmhartigheden geheel en uitsluitend bij den zondaar als zoo's
menschen
danig.
Of
om
„de gevallen menschheid." enkel maar van een „zondaar" te spreken is uiterst oppervlakkig an ondoordacht, en zou van den beginne aan den verkeerden indruk vestigen, alsof er alleen maar sprake viel van de redding en terechtbrenging van eenige op zich zelf staande menschelijke personen. En dat is immers zoo niet. God de Heere schiep niet maar enkele personen, maar een menschelijk geslacht, en dat menschelijk geslacht zette Hij zoo vast ineen, liever,
Want immers
juister te spreken, bij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's