Het heil ons toekomende - pagina 130
130 dat
ze
beurtelings op een ander stuk der waarheid
meer
meer den nadruk
mystieke of tot het werkdadige leven zullen getrokken achten, en naar het verschil der ordineering Gods een andere roeping zullen gevoelen tegenover de nooden der tijden en de worsteling van het eigen hart. Ook daarbij behoort het gelijksoortige te worden saamgevoegd en in die gelijksoortige levensopvatting en gelijksoortige genadeleiding het aanzijn te geven aan engere kringen van Christenbroeders en Christenzusters, die in elkanders bijzijn en omgang meer wasdom in Christus zoeken. Ook op dit punt is onze Gereformeerde Kerk het veelzij digst in haar ontwikkeling geweest. Het Conventikelwezen, of, gelijk ons volk het noemt, „de Oefeningen" zijn in alle Hervormde landen inheemsch en werden in de „Collegia pietatis" van Spener eerst als uitheemsche plant op Lutherschen bodem overgeplant. Toch mag niet verheeld worden, dat dit Oefeningswezen maar al te spoedig in Labadistischen zin ontaard is, door niet een schakel in het Gemeenteleven te willen zijn, maar zich voor dat Gemeen tele ven in de plaats te stellen. Beide, Gemeente en Conventikel, hebben ten dezen opzichte schuld. De Gemeente heeft gemeend het Conventikel te kunnen missen, d. i. men heeft den boom en de vrucht willen behouden, maar de takken weggesneden. En omgekeerd, het Conventikel heeft de Gemeente willen remplaceeren, en tak willen blijven, ook na uitroeiing van den stam. Beider kwijning was hiervan het gevolg. De Gemeente, van de voedende levensbeweging der Conventikels verstoken, ging lijden aan geestelijke armbloedigheid. En het Conventikel, aan zijn goddelijke roeping ontvallen, is veelszins kweekplaats van ziekelijke mystiek geworden in stee van krachtigen hefboom ter verheffing van het geestelijk leven. Slechts een oogenblik heeft men in Engeland getracht het Conventikel te hervormen. Men kent de pogingen van Wesley daartoe, met zijn broederschappen vap. wederzijdsche tucht. Toch mislukte dit pogen, daar de alles reglementeerende geest van het Methodisme te „quite English''' was om in echten zin Christelijk te wezen. Herstel der Conventikels, der Oefeningen, der Christelijke vriendenkringen vragen we dus onvoorwaardelijk, mits in het groot verband der Gemeente opgenomen en niet haar verdringend, mits natuurlijk geworden en niet kunstmatig saamgevoegd, mits bovenal wederzijdsche tucht over elkanders wandel en belijden, over elkanders karakter en genadeleven daarbij hoofddoel zij. Eerst zoo deze Christelijke tucht in het huisgezin en in het Conventikel bloeit, kan er van afdoende tucht en uitoefening der Sleutelmacht in de Gemeente, zonder verkorting der Christelijke vrijheid, sprake zijn. De andere lijn, die van de enkele Gemeente naar de eenheid der Kerke Christi moet leiden, kan hier slechts met één enkel woord worden aangeduid.
:zullen leggen, zich
tot het
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's