Heils termen - pagina 27
17 lichaam
slaat.
Uit dien dood
Maar nu openbaart
baar.
is
ontkoming door eigen macht ondenkden dood het leven
zich een God, die „uit
roept als of het ware." En die Almachtige, de macht ter levensopwekking uit den dood heeft, wat is Hij anders dan de Eeuige, die door „zijn vrije macht en vrije genade" het eeuwig leven scheppen wil in des zondaars geestelijken dood. Men vergist zich dus, zoo men den „Naam" van
wekt," die
die
ook
„wat niet
is,
macht, ook
die
„de Almachtige" in Genesis op één lijn stelt met de belijdenis van den Heer der Schepping. Hij is hier de Almachtige als Verbondsgod, die slechts één ding van zijn uitverkorene vraagt: dat hij
oprecht zij. Men vatte
intusschen de scheiding tusschen den naam, die aan andere, die aan Mozes geopenbaard is, niet zoo op, alsof, wat Mozes ontving, aan Abraham's leven geheel vreemd zou gebleven zijn. Terecht merken onze Kantteekenaren op, dat reeds in Gen. 15 7 tot Abraham gesproken was: „Ik ben Jehova h, die u uit Ur der Chaldeën heb uitgeleid," en is het begrip van den „Eeuwige" in den Johovah-naam een onmisbare gedachte, dan mogen we niet voorbijzien, wat in Gen. 31 33 wordt meegedeeld: „En hij plantte een bosch te Berséba en riep aldaar den naam van Jehovah, des eeuwigen Gods aan." Geen twijfel dus, of, voor zoover de „Naam" kon geopenbaard zijn, afgescheiden van de ervaring, die de ziel van de wezensopenbaring Gods heeft, is ook de naam Jehovah, is ook zijn eeuwigheid aan Abraham bekend geweest en door hem aangeroepen. We zouden zeggen kunnen, dat
Abraham en dien
:
:
de drie naamsopenbaringen, van „den Almachtige" (El Schaddai), „van den Eeuwige" (Jehovah), en van den Drieëenige (Vader, Zoon en H. Geest) gedurig, als ware het in elkander worden geschoven. Aan geen dier drie was Abraham geheel vreemd. Hij heeft te Berseba den „Eeuwige" aangeroepen. Hij heeft den dag van Christus gezien. Maar toch, in de klaarheid der heldere bewustheid, met die werkelijkheid, die alleen zielservaring geeft, met die volheid en dien rijkdom, waarin geheel een Openbaring zich uitstort, is hem alleen
naam van „El Schaddai," van God, den Almachtige" geopenbaard. de „Naam," dien hij door strijd en worsteling leeren, die hem bij zijn geloofskamp vertroosten moest, en die, in het licht van de
Dat was
Gods leidingen met
zijn persoon, in en door hem, voor alle volgende geslachten geopenbaard is. We zullen een volgend maal zien, hoe ook de Verlossings-openbaring
in den Drieëenige in de openbaring aan
Mozes reeds was ingeschoven. houden we vast aan de belijdenis, dat de „rechtvaardigen des Ouden Verbonds" door geen ander gezaligd zijn, dan de „gerechtvaardigden des Nieuwen Testaments," we mogen daarom de orde en den voortgang niet miskennen, dien het God beliefd heeft
Maar
toch,
al
in zijn heilsopenbaringen te volgen.
En
dat die voortschrijding bestaat, 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's