Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 192

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 192

2 minuten leestijd

183 uit

draaien.

Nu

zij

u gevraagd:

Waarom naamt

ge dat stuk hout

dat hout, niet waar, maar om den beker die er in zit. Waarom sloot ge dat stuk hout zoo zorgvuldig weg? Niet toch om die schors of die vezelen, maar om den beker, niet waar? En waarom

op?

om

Niet

vervult dat stuk hout uw gedachten en slijpt ge alvast uw instrument ? eens, niet om dat hout op zichzelf, is het niet? maar om den beker en den beker alleen! Maar eilieve, waarom liet ge dan dat

Nog

hout niet in het bosch liggen en naamt alleen den beker natuurlijk: „Omdat die beker nog in het hout al verder vragen: Waarom sneedt ge het stuk hout niet precieser af, zóó dat ge alleen meênaamt, dat eind waar de beker uit moest komen? dan antwoordt ge nogmaals, niet waar, omdat die beker met het omliggend hout zoo ineenzat, dat beide niet overtollige

mee? En ge antwoordt inzat." En als we dan

waren

te

scheiden. beeldspraak.

Maar beeldspraak spreekt toch, ja, spreekt soms dan langheid van dorre betooging. En daarom, al zullen er velen zijn, die ook na dat beeld van den beker nog op een antwoord wachtende blijven, er zullen er toch ook Dit

is

beter de zielen toe

zijn,

die het door dit beeld reeds gevat hebben.

Waar

is die beker? In het hout? Neen, maar hij wordt door den geest van dezen kunstwerker aan en uit het hout beloofd.

IV.

DE VALSCHE BROEDERS. De genade zij met al degenen die onzen Heere Jezus lief hebben in onverderfelijkheid. Efeze 6

:

24.

Koren en kaf zitten, zoolang de halm nog op het veld staat, levend aan en in elkaar. Eerst de dorschvlegel scheidt ze. En nu kan men van achteren niet zeggen: „God had dat koren wel alleen kunnen doen groeien," want een ieder weet, dat het kaf, zoolang de halm nog op zijn wortelvezelen groeide, mee in het organisme van de plant was opgenomen, en dat, als het ware, uit de hulzen, die straks het kaf vormen, het koren is gerijpt. En zoo nu is het ook met het Verbond der genade. Wezenlijke bondgenooten van dit Verbond zijn alleen diegenen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's