Het heil ons toekomende - pagina 233
323
Zoon neemt onze menschelijke natuur aan, brengt doordien Hij van boven, en niet uit de wereld komt, het onherroepelijk oordeel over alle hoovaardij en zelfverheffing der menHij geeft zijn Zoon. Die
en
schen. Maar ook wijl Hij God is, en als de Zoon in de wezensgemeenschap met den Vader is, openbaart Hij God in den mensch, en opent den weg, waardoor na de uitstorting des Heiligen Geestes God ook in ons zelf kon gekend worden. Daartoe echter moet de raenschelijke natuur in waarheid menschelijk blijven, moet de mensch Christus Jezus belijden, dat Hij van zichzelven niets kan doen, tenzij Hij den Vader dat ziet doen niet van zichzelven spreekt, maar spreekt gelijk Hij gehoord heeft; hoewel Hij de Zoon was, gehoorzaamheid leeren door de worsteling des geloofs de kroon verwerven; buiten staat zijn iemand te redden, tenzij deze Hem door den Vader gegeven worde tot den Vader roepen, van den Vader hulpe bidden, en ook na zijn verheerlijking, als het al zal volbracht zijn, het Koninkrijk aan den Vader overgeven en zelf onderworpen worden dien, die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat ;
;
;
God zij alles in allen. Wie waant dit mysterie
te doorgronden, zou zichzelf en anderen Dit grondeloos mysterie van den persoon des Middelaars peilt geen menschelijke blik. Dit mysterie zoomin als het mysterie der schepping zoomin als het begrip van de eeuwigheid, evenmiu als het mysterie van de liefde en van het leven. Maar al blijft dit mysterie verborgen, wat geopenbaard is mogen we nimmer als ni(4 geopenbaard voorbijzien, en dit geopenbaarde is, dat er in Christus geen vermenging der twee naturen plaats greep, en dat ïijn menschelijke natuur als behoorende tot het creatuurlijk leven nooit voorwerp van
misleiden.
goddelijk eerbewijs
mag
zijn.
VI.
ONZE KINDEREN. Indien gij niet wordt gelijk de kinderkens, zoo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. Matth. 18 3. :
van het menschelijke in den persoon des Heeren is het aanvankelijke toebrenging van ons hart tot Hem, onafscheidelijk is van de gesteldheid onzer ziel. Te gelooven dat de Zone Gods, die eeuwig God is en blijft, de menschelijke natuur in
Vergoding
streven,
dat
bij
dier voege heeft
aangenomen dat déze echt menschelijk
bleef, vereischt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's