Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 240

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 240

3 minuten leestijd

!

226

komt niemand; en met name de kinderen des Koninkrijks rekenen smarten en des lijdens op een koninklijk deel. vele lieve kinderen Gods zich dit nii zelfs meestal voorstellen? Och, ze beelden zich in, dat hun doorgaande leven zonder kwelling, in stil geluk voorbij kan vlieten, en dat slechts nu en dan die gelukkige dagen door een smartelijk tusschenbedrijf worden afgebroken. In den regel zonneschijn; slechts af en toe een betrokken lucht en niet dan hoogst zelden storm en onweder. Smart, o, ja, maar bij kleine tusschenpoozen. Een smart die komt, maar ook weer gaat. Een voorbijtrekkende wolk! Toch spreekt de heilige apostel van Jezus er anders over. Hij kende een gedurige smart. Een smart die niet week; die niet overging; maar aanhield en bleef. En dat de heilige apostel diep, zeer diep het smertelijke van die smarte besefte, hoor dat maar aan zijn sterke betuiging: „Ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten mij mede getuigenis gevende door den Heiligen Geest, dat het mij een groote droefheid en mijn hart een gedurige smart is." En is dat niet dieper en rijker opgevat? Is het hart wel zeer teeder, dat zoo spoedig van onder zijn smart weg komt? Wel zeer fijn gevoelende de ziel, die zoo tot vergetens toe met de smart weet te breken? Ben kind dat u lief is, doet u verdriet, en heftig roert u zijn onlief gedragen. Ge lijdt er onder. Niet omdat gij gekrenkt wierdt, maar omdat het uw kind is. Doch zie, een week later dreef die wolk reeds weer over en is uw smarte voorbijgegaan. Arme vader, alsof inmiddels het gif niet bij uw kind voortkankerde, waarvan die pnlieve daad nog slechts een eerste uiting was. En alsof het niet gevoelloos en onlief in u was, wel smart te dragen als de wonde van uw kind u tegenriekt, maar niet om die wonde zelve, zoolang ze u maar uit die erfenis der

Maar weet ge hoe

;

niet hindert. Of ook er stierf er een uit

uw midden weg, en o, als verzonken ge onder de smart van zoo bitter gemis. Hartstochtelijk zelfs weendet ge. Nooit, nooit zoudt ge uw doode vergeten. En toch, och, waarom, waarom mag het niet uitgesproken? Hoe dikwijls ging de smart van die zielsrouwe niet haast stuitend spoedig bedolven

en

waart

voorbij

dat moest toch niet, niet waar? Neen, over de zonde van mijn over het heengaan van mijn lieve dooden, moest mijn smart gedurig wezen, aldoor blijvend; nooit uitgesleten; wel niet meer zoo uitkomend aan de oppervlakte van mijn leven, maar dieper ingezon-

En

kind,

op den bodera van mijn ziel. men toch van den tijd, die uitslijt! Gewisselijk, de tijd is een bode Gods, een stille vertrooster. o, Want als de smart, die ons spant en benauwt, aldoor blijven moest, wat ze de eerste ooeenblikken was, dan ware er geen leven meer;

ken

tot

Wat

spreekt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 240

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's