De leer der Verbonden - pagina 201
191 die gemeente mag noch kan ooit gedacht worden als staande buiten een genade, waardoor ze alleen „gemeente Christi" is. Zal nu dat Woord, dat sacrament, die zegenspreuk door den dienaar des Woords, niet in het luchtledig, maar in een bepaalden kring worden uitgeroepen, dan ontstaat hierdoor de behoefte, om uitwendig, in het zichtbare, een kring af te perken, waarbinnen hij die bediening verrichten zal. Zoo ontstaat er dan een zichtbare kring des Verbonds, en allen, die tot dien zichtbaren kring behooren door ontvangenis, geboorte of toetreding, maken saam dien kring uit, voor zoover de bediening des Woords er mee te rekenen heeft. Maar, en hier lette men nu zeer nadrukkelijk op, dit zichtbare optreden van het Verbond in een bepaalden kring zou alsnu tot de schrikkelijkste ontheiliging en tot het werpen van peerlen voor de zwijnen kunnen leiden, indien er niet rusteloos en aanhoudend een ambtelijke pressie op dien kring werd uitgeoefend, leidende tot zijn
en
zuivering.
En
die
pressie
komen, werkend op
van
het
ambt moet van
tweeërlei
kant tegelijk
hetzelfde doel.
Vooreerst een recMstreeksche pressie, om wel toe te zien, dat niein dien kring verkeere, dan die belijde, het Woord en de Belofte Gods te gelooven en in zijn kenbaar optreden en openbaar leven de kracht, de werking en de vrucht van dat geloof doe blijken. Dus de tucht. Niet als een derde kenmerk der gemeente, maar als het middel om de beide andere (Woord en Sacrament) voor bewuste ontheiliging te bewaren. Juist die pressie van het ambt, die tucht, geeft den bedienaar des Woords het recht, om in den ganschen kring der gemeente de belofte des Woords af te kondigen, het sacramentszegel af te drukken en de zegenspreuk uit te spreken.
mand duurzaam
Maar
die
rechtstreeksche pressie
is
niet genoeg;
er
moet nog een
zijdelingsche pressie door het Woord bijkomen. Aldoor namelijk behoort de dienaar des Woords tot A en B in de gemeente te zeggen: „Gij doet u voor in de qualiteit van een bondgenoot des Heeren, maar
ge het?" Niet om, indien de consciëntie getuigt: Neen, alsdan op te laten volgen: „Ga dan ijlings van ons uit"; maar om er dan op aan te dringen, dat waar tvorde wat nog owwaar is. Dit brengt dan die geestelijke gisting en schifting teweeg, die den samenhang tusschen den inwendigen en den uitwendigen kant van het Verbond levendig houdt, en die aan de prediking haar bezielend zijt
er
karakter leent.
wat nu gedurig gebeurt, dat men de gemeente Christi een hoop wilde personen, van hier en ginds saamgeloopen, is door en door verkeerd. Dat mag een evangelist, dat mag een zendeling doen; maar niet alzoo een bedienaar des Woords, optredende voor de gemeente. En alle aandringen en manen tot bekeering in die gemeente moet steeds en onveranderlijk dit veel
Te
doen
toespreekt
als
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's