Het heil in ons - pagina 39
!
29
om straks onder Zerubbabels aanvoering naar het verloren van hun Kanaan terug te keeren, wat toont u dan die plotseling keerende geschiedenis, wat openbaart u dan dat sterven en opstaan, dat door heel Tsraëls levensloop, dat door de rol zijner Godshelden speelt, dat trilt in elk psalmlied, jubelt in elke profetie en eisch is van elk woord der vermaning? Wat anders, dan dat er een God is die doodt en levend maakt, die ter helle doet nederdalen en weder opbrengt, of wilt ge, die wedcrbaart wat in zichzelf verloren was, en door uitdrijving tot bekeering begenadigt? Doch bij die feiten blijft de openbaring Gods niet staan. Ze rust niet, eer ook het woord gesproken is, waarin de grootsche gedachte van vernietiging en herleving wordt saamgevat. De onbewuste werking van Gods genade op het hart is onmisbaar, ook de indruk op het instinctieve leven heeft zijn waarde, maar toch wordt het doen Gods eerst in hooger openbaring voleind. De mensch heeft ook een bewust leven, dat bewustzijn werkt door zijn rede, die rede denkt en spreekt zich uit in het woord. Daarom moet dat woord ook van Gods zijde het hooge middel worden, om door het instrument der rede en des bewustzijns tot zijn ziel en het merg des harten en de binnenste saamvoegselen door te dringen. Eerst dan zal het werk der verlossing en vernieuwing niet slechts feitelijk volbracht, maar ook in al zijn rijkdom genoten en in zijn uitnemendheid verheerlijkt en doorzien worden. Eeeds in de stichting des Verhonds werd hiertoe de grond gelegd. Bij het Verhond is de mensch reeds niet meer het instinctieve wezen, maar treedt hij op als j^ersoon, wel als de arme, ontrouwe, hulpelóoze, die slechts ontvangen, niet geven kan, maar dan toch als een persoon, tot wien de Heere komt, met wien Hij spreekt, aan wien Hij zijn woord brengt, en dien Hij behalve door het verborgen Geesteswerk en levenslot, ook bewerkt langs den geleiddraad van 's menschen bewustzijn door het woord. En welk is nu dat woord? Dat woord, dat het eerst als vertolking der Godsgedachte, als instrument tot 's menschen bewerking tot hem komt? Niet: „Gij moet wedergeboren worden," maar wel „Bekeer u!" Bekeer u van uwen boozen weg Bekeer u tot den Heere, en Hij zal Bekeer u, gij afgekeerd Israël Bekeert u, gij zich uwer ontfermen afkeerige kinderen! Bekeert u van uw goddeloosheid en van al uw overtredingen De wet des Heeren is volmaakt, bekeerende de ziel Is dan de roepstem tot bekeering het eerste? Begint het werk der zaligheid er mee? Eeeds daaruit blijkt het tegendeel, dat deze roepstem niet tot de volkeren, niet tot de heidenwereld, maar uitsluitend, voering,
—
paradijs
:
!
!
!
!
althans als bekeering tot zaligheid eischend, naar Israël, het volk des
Verbonds en der beloften, uitgaat. Het „Bekeert ii!" komt dus voorafgegaan,
niet
een
niet,
voorbereiding
tenzij
door
er een voorbereiding is vermaan, maar door een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's