Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 58

3 minuten leestijd

!

48 Theocratie diep vijandige Sadduceïsme, dat den zegen van Israël voor de volkeren verdierf door den vloek der volkeren binnen Israëls erve te lokken. Zulk een potentaat, feitelijk allicht machtiger dan de koning zelf, een trotschaard van onbegrensden inyloed, geducht bij al het volk, door den slaafschen hofstoet naar de oogen gezien, was en moest van nature zijn .Tesaia's tegenvoeter. Tegenover des profeten roepen van gevaar stelde hij zijn koel en onverbeterlijk optimisme. Alles liep wel. Yast stond de troon, vast Jeruzalems veste, wat zou hem deren Op vertoon belust wilde Sebna van dit kalm optimisme een schitterend en indrukwekkend bewijs geven. De profetenstem, weerklonk gedurig van ballingschap en vallen in de straten en verwoesting der erve .... welnu, hij zou ten teeken van zijn vast geloof aan de toekomst een praalgraf doen uithouwen bij des konings graf voor zich en zijn geslachte. In de weelderige staatsiekoets rijdt hij zelf uit, om het grootsche werk met eigen oogen te bezien. Op dien tocht wordt Jesaia hem tegemoet gezonden. „Ga heen," dus luidt Jeliovah's bevel, „tot Sebna, 's konings huis- en' schatmeester, Wat hebt gij hier, of wien hebt gij hier, dat gij en zeg tot hem u hier een graf doet uithouwen? Zie, de Heer zal u wegwerpen, dat sterven zult en met uw heerlijke wagens een schandvlek zult zijn gij voor het huis uws Heeren!" Tegelijk wordt hem aangezegd, dat de hoogwaardigheid, dusver door hem bekleed, van hem zal genomen worden, om die aan een betere te geven. „En Ik zal u afstooten van uwen staat en Ik zal mijnen knecht Eljakim, zoon van Plilkia, roepen," en nu wordt van de overdracht en investituur dezer hofmeierij déze beschrijving gegeven: „En Ik zal hem met uw staatsiekleed bekleeden en met uw bandelier omgorden en uwe heerschappij zal Ik in zijn hand stellen, en hij zal de inwoners van .leruzalem en der huize Juda's tot een vader zijn, en Ik zal den sleutel van het huis Davids op schouder geven, en hij zal opendoen dat niemand zijnen si uit e, en hij zal sluiten dat niemand opene! Reeds uit deze gegevens blijkt ten duidelijkste, dat er, de koning alleen uitgezonderd, niemand grooter in het rijk was dan de hofmeier. Er wordt uitdrukkelijk gesproken van een „koninklijke heerschappij" hem toebetrouwd; van hem wordt gezegd, wat eigenlijk slechts van den koning zelf gold, „dat hij den kinderen van Jeruzalem en den inwoners van Juda tot een vader zijn zou!" Zijn oordeel en beslissing staat voor gansch het koninkrijk met 's konings eigen „De man, van het ban of toelating gelijk. Zijn officiëele titel was gansche huis!" en zoo hoog werd zijn ambt in eere gehouden, dat soms 's vorsten eigen zoon, als erfgenaam der koninklijke familie, gelijk in .Tesaia's dagen, tot deze hooge waardigheid zich roepen liet. Toch is ook hiermee de rijke inhoud van het heerlijk beeld nog niet :

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's