Het heil ons toekomende - pagina 74
64 "Voeg er, zoo wilt ge, ter voorkoming van misverstand bij, haar belijdenis niet in woord en vorm alleen, maar ook in de kracht des duldens en des lijdens, der zelfverloochening en ontferdit ming, der heiliging en der veredeling openbaar moet worden, breidt haar taak niet uit noch krimpt die in, die taak blijft: den Christus te belijden. Een vereeniging der goedwilligen, die dulden en lijden, zich verloochenen en op het outer der ontferming otteren, die, aan zonde vormt nog geen yemettte. zich spenend, wassen in goede werken, Dit wordt ze eerst, zoo dit dulden en liefhebben en dooden der zonde ter wille van den Christus geschiedt, door Hem en in zijn kracht, in één woord, om Hem te belijden. De tegenstelling tusschen belijdenis in het ivoor d en belijdenis in de daad is hierbij ondergeschikt. Ze komt eerst ter sprake bij ontaarding en verbastering van het wezen der Gemeente. In de diepste kern van haar leven bestaat die onderscheiding zelfs niet. „Wie zegt vraagt de Heer, dat Ik ben?" en aan deze in woorden geuite gij, belijden.
dat
—
—
getuigenis, dat ze, opwelde uit die diepte des waar vleesch en bloed krachteloos is en alleen het werk kracht heeft van den Vader ait de hemelen. We houden ons daarom geen oogenblik bij deze schreiende tegenstelling op. De belijdenis door ons bedoeld moet een bewuste belijdenis zijn en kan dus het uitgesproken woord niet missen, maar moet juist daarom een levens^xon^ onder zich hebben, waaruit de springader van het heilig enthousiasme welt. Petrus heeft op dit stuk der belijdenis een onverwdnlijk primaat. Door hem is het woord der belijdenis het eerst gesproken en zijn enthous1.aste natuur is reeds aan den voet van den Thabor waarborg, dat ook op den Pinksterdag het eerst van zijn lippen de groote belijdenis der Gemeente van Christus vloeien zal. Zijn beteekenis voor de Gemeente van alle eeuwen is dus geheel eenig en uitnemend. Hem komt een eereplaats toe gelijk aan niet een eenig mensch, een plaats als niet één ander der Apostelen gegund wordt, niet om wat hij deed, maar wijl hij tot deze uitnemende daad van God verkoren was. Eerst in haar belijdenis wordt de Gemeente van Christus waarneembaar, en Petrus was er toe verkoren, er op aangelegd, er voor bestemd, om het eerst met maatgevend gezag, door de werking des Geestes, die belijdenis op de lippen te nemen, waaruit alle verdere belijdenis der Gemeente, als de aire uit den halm en de halm uit de kiem en de kiem uit den korrel groeien zou. Slechts zie men toe, dat men 's Heeren woorden niet misduide. Hij zal zijn Gemeente bouwen, niet op de belijdenis van Simon Jona's zoon, maar op den belijdenden Petrus. belijdenis
geeft
verborgenen
Hij
levens,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's