Practijk der godzaligheid - pagina 48
40
VIII.
MYSTICISME. Opdat het navolgende geslacht die weten de kinderen, die geboren zouden worden en zouden opstaan en vertellen ze hunnen Psalm 78 6. kinderen. zou,
;
:
Nu
volgt
best uit te
kerk Er
het behandeling een onderwerp van hoog gewicht df> maar sterven, personen de woorden drukken in deze ter
;
:
blijft.
kan namelijk
genoeg op gedrukt, hoe ongerijmd en heilige waarheid om te springen voor ons zei ven persoonlijk, voor quaestie
niet sterk
gedachteloos het is, om als gold het alleen een onze individueele ziel.
met Gods
„Moordteelt" van een land of akker noemt men het wanbedrijf, om een akkerveld derwijs uit te putten, dat men er van haalt wat het dan als een waardelooze lap gronds er van te halen is, en achterlaat. In beschaafde landen mag dat niet.' En dat wel, overmits men beseft, weet en inziet: „Die akker is niet van ons, maar hoort slechts tijdelijk aan ons, om na onzen dood een ander geslacht te voeden." Uit die overweging volgt dan weer de les, om dien akker zóó te gebruiken dat er voor een volgend geslacht pit en merg in overblijft. En juist dit leidt er toe, om met den ons toebetrouwden akker op zulk een manier om te gaan, dat we den beploegden akker, dien we in goeden, gevoeden staat uit de handen onzer ouders erfden, even behoorlijk onderhouden, gevoed en van onkruid gevrijwaard, aan onze kinderen, met den last en de les van levenswijsheid overleveren, dat zij dien op hun beurt in even deugdelij ken staat weer af zullen geven aan de kinderen, die daarna zullen geboren worden. Zoo handelt men met bosschen; zoo doet men met mijnen; zoo gaat men om met gewassen; zelfs voor het wild van het jachtveld zorgt
men.
schraapzucht zou zeggen: „Laat mij er maar van halen wat ik er van halen kan; mijn leeftijd zal het licht uithouden; ik ben immers meester van mijn goed, om er mee om te springen zooals ik goedvind; en kom ik te sterven, welnu, dan is het nog alles goedheid wat mijn erven toevalt. Ze mogen dan zien, Zelfzucht,
wat ze
Maar en
er
baatzucht,
mee doen!"
dit booze,
zondige zeggen wordt dan door de overheid berispt
gestraft.
Neen, zegt men dan die akker is niet van
tot
u.
u,
dat is niet waar, wat ge daar zegt:
De akker
hoort aan
God en
is
door
God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's