Het heil ons toekomende - pagina 55
4Ó
waarom
onderwerping of verzet op kerkelijk grond zou raken, zoo er geen ander zedelijk verband is, dan van aanstelling tot het ambt, toetreding door belijdenis, of, ook in zeer vage termen aanvaarde verbintenis. Geheel anders daarentegen komt de quaestie te staan, zoo we te doen hebben met een uiterst gewichtige, omvangrijke en beteekenisvolle macht, niet door menschen uitgedacht, of gekunsteld, maar door den Zone Gods in naam zijns Vaders aan menschen toebetrouwd. Dan toch geldt ook in de Kerk het „goddelijk recht." Dan heeft de Kerk een verantwoording van den Christus niet slechts jegens de zielen, haar ter verzorging toebetrouwd, maar ook van de koninklijke macht, haar op den schouder gelegd. Dan is machteloos, onbeteekenend elke Kerk, die met deze door den Christus verleende macht niet rekent, en is het geloofsplicht der Christenheid om de zuivere onverzwakte werking dezer van God gegeven macht te bevorderen. Te beweren, dat we zonder deze macht leven kunnen eü de Kerk voor den Christen bijkomstig is, wordt dan niet een afwijkende meening, maar een schuldige doling van het hart. Heeft toch de Christus het instellen van deze macht voor zijn geloovigen onmisbaar geacht, dan geraakt met Hem iu strijd, wie deze macht voor overbodig verklaart, en kan het ware geloofsleven niet kiemen, waar de drang niet gekend wordt naar een geestelijk steunsel, door Hem zelf niet als overtollige maar als onafwijsbare eisch van waarachtige heilbegeerte weelde,
Er
is
geen
oorzaak
terrein de consciëntie in haar diepsten
geteekend.
Men vatte Jezus' woord tot den eerstbelijdenden apostel toch weer eens onverzwakt en in vollen ernst op. Het heenglijden over zoo wichtige uitspraken voegt den Christen niet, en rijmt kwalijk met onze onvoorwaardelijke betuiging van hulde aan zijn Woord. Vrees voor Rome is ook in dit opzicht een kwade leidstar geweest. Men moest nimmer den onheiligen moed gegrepen hebben, om zulk een diepingrijpend woord van Jezus kortweg op nonactiviteit te stellen. Haast zouden we zeggen nog liever het openlijk verzet van het ongeloof, dan dat minachtend spelen met Jezus' woorden, waaraan zoo menigeen zich bezondigt, die zich ook op zijn beurt aan schifting van Jezus' woorden waagt, niet naar de critiek der wetenschap, maar naar de beginsellooze critiek van wat hem toelacht of niet gevalt. Het blijve daarom vaststaan en vorme ook voor óns het uitgangspunt onzer toelichting, dat Jezus Christus, sprekende naar goddelijke volmacht, tot een van zijne discipelen gezegd heeft: „Ik geef u macht, die reeds op aarde kan doen beslissen, wat voor eeuwig beslist zal zijn in den hemel." Die macht wordt door den Heer zelven geteekend in het beeld van „de Sleutelen des Hemelrijks," en ze wordt in dier voege omschreven, dat iu den hemel gebonden of ontbonden zal zijn, wat krachtens die door Hem verleende macht gebonden of ontbonden vverd op aarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's