De leer der Verbonden - pagina 90
80 dit Verbond met God, wat van de menschenmassa eerst een zedelijk organisme maakt, en (evenals bij een volk) de „wet" als een macht op laat treden, den wil in werking zet, en het diepe besef van onderlinge en weerkeerige verantwoordelijkheid doet geboren worden. Neem ik de menschheid dus buiten zulk een verbond, dan kan de zotidegemeenschap niet anders dan physisch uit het ééne bloed worden afgeleid, en is voor scAw/c^gemeenschap volstrekt geen oorzaak is
te
vinden. Plaats ik daarentegen die ééue menschheid voor mij als
saam ineen-
gevat door den hoogeren band van een Verhond met God, dan vormt ze wel, terdege een zedelijk organisme, en is hiermee dus de weg geopend, om voor den oorsprong der gemeenschappelijke zonde een geesttdijke oorzaak aan te wijzen, en evenzoo de gemeenschappelijke schuld tot haar recht te laten komen, door het teruggaan op den
gemeenschappelijken wil.
Ten 2. winnen we dan, dat niet langer de verdoemenis van millioenen bij millioenen aan het spel en de spinrag van een schijnbaar onbeduidend gebod hangt. Stond Adam met God in een Verbond en wist hij, dat krachtens dit Verbond zijii daad beslissen zou voor heel zijn geslacht, dan had Adam in deze wetenschap een zedelij ken steun ten goede, die bijna almogend was, en moet dus de slechtheid in hem ook tot een bijna ongelooflijken graad gestegen zijn, dat hij desniettemin om een stuk boomvrucht heel die wereld er aan gaf. De kleinheid van het genot, anders een onoverkomelijke bedenking tegen Gods gerechtigheid, komt nu juist de onmetelijkheid van Adams schuld verhoogen en pleit dus niet tegen, maar juist vóór de gerechtigheid des Heeren. Voor zoo bijna niets gaf Adam zichzoii en ons allen prijs! En winnen we ten 3'^. dat de Wet Gods nu doorgaat op alle menschen voor allen verbindend is en dus een iegelijk doemschuldig stelt. Denk ik aan de Wet als pas op Sinaï gekomen, dan bindt ze ja de Joden en de Christenen, maar hoe dan met de millioenen heidedenen, in en buiten ons land? Zijn die dan ook schuldig? Maar ligt er bij Adam reeds vóór den val een Verbond, dat allen aanging, dan is hiermee de band gevonden, die op zedelijke wijze óók de heidenen aan de Wet Gods bindt, en heb ik nu nog recht om alle menschen schuldig te stellen; op grond van die schuld verbreking des harten op te leggen; en vernedering te eischen voor den ;
;
hoogen God. Zoo ziet men dus, hoe met de hypothese van het Werkverbond alles aan wordt gespannen, energie krijgt en aangrijpend wordt, wat zonder deze hypothese in vaagheden zweeft en inbuigt bij het aanraken. Zien we thans een volgend maal, of werkelijk de bestanddeelen van zulk een verbond in het paradij sbericht aanwezig zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's