De leer der Verbonden - pagina 188
178
III.
NOOIT ONVERMENGD OP AARDE. Want u komt de belofte toe en uwen kinderen en allen die daar verre zijn, zoo velen als er de Heere onze God toe roepen zal. Hand.
2
:
39.
„Uitverkiezing" is onvermengd, het „Genadeverbond" gemengd. Uitverkiezing gaat steeds verzeld van haar donkere slagschaduw. Zonder een Verwerping te belijden, belijdt ge ook de Uitverkiezing niet. Te meenen, dat het ééne zonder het andere kunnen zou, is spelen met woorden. Het is ijslijk, het is ontzettend. We weten het wel. Maar als God in zijn Woord zegt: Het is zoo! is elk tegenstribbelen der weekelijke aandoenlijkheid dan niet volstrekt misplaatst? Wees er toch verzekerd van, dat velen van hen, die op grond van Gods Woord de Verwerping staande houden, vrij wat sterker en smartelijker spanning der liefde kennen, dan het meerendeel onzer energie-
De
looze sentimentalisten. dit zij, Uitverkiezing laat nu eenmaal geen speelruimte, vermenging, geen overgang toe. Het is hier ja of neen. Verkoren of verworpen. Iets tusschen beide in is ondenkbaar. Wel kant men zich daartegen aan, door de verderfelijke leer der drie staten, maar ook die leer oordeelt zich zelf. Juist krachtens de Verkiezing zijn er slechts twee staten. Ge staat altoos in één van beide, óf nog in den dood óf reeds in het leven. Wel laat het zich denken, dat ge u zelf, en eer nog dat eenander, zich over uw staat vergist; denkt: „Die man is nog dood," als gij toch reeds leeft; of ook denkt: „Die man leeft," als ge feitelijk nog dood zijt. Maar dat zijn schijnbedriegingen, die we ook in het lichamelijke kennen. Een schijndoode staat nog wel terdege in het leven, en een schoon, sprekend lijk, dat ge nog waant te leven, is toch eenvoudig dood. Maar dat heeft men nu pogen te veranderen. Evenals Eome een soort vagevuur tusschen hemel en hel verzon, zoo verzinnen die gewaagde denkers een soort middenstaat tusschen dood en leven. Dat zijn dan die menschen, die niet meer volop plassen in de ongerechtigheid; eer iets teeders en zachts over zich kregen; geen raad meer met hun zonden weten; hongea.' kennen, maar nog niet durven zeggen: „Abba, mijn Vader!" Ook wel „bekommerden" genoemd. Zoo krijg ik dan „doode personen", die nog volop wereldsch zijn; „levende personen," die volop hun Jezus genieten; en „half en half personen", die de wereld kwijt raakten en ook nog geen Jezus ont-
Maar hoe
o'een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's