Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het heil ons toekomende - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heil ons toekomende - pagina 174

3 minuten leestijd

164 en der wei-bekeerden ontzettend en schier niet te dragen voor ons measchelijk hart. Althans we zouden ons den menschenhater nauwlijks kunnen voorstellen, die nooit bij het indenken van dit feit gesidderd had. Er is geen geloovige, wien dit vreeslijke der vreeslijkheden niet tot worsteling in het gebed voor den Almachtige bracht; geen dien het nooit in de vastheid van eigen geloof kwam schokken. Slechts het feit, waartegen geen loochenen baat, dat in Jezus een hart klopte vol ontferming en deernis, als in onze ziel nooit trilde, en dat toch van diens lippen het woord uitging: „Zoo iemand niet gelooft in den Zoon des menschen, de toorn Gods blijft op hem; velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren," doet ons de erbarming over die millioenen Gode laten, om voor eigen hart en leven niet van de enge poorte te wijken, waarvan de Christus sprak „en weinigen zijn er die dezelve zoeken." Dat ontzettend verschil nu tusschen geloovigen en ongeloovigen, gevoegd bij de droevige uitkomsten voor de meesten van ons geslacht, wordt nog raadselachtiger en geheimzinniger, zoo men op het derde verschijnsel let, dat ze beiden uit eenzelfde wereld komen, vaak met de ongunstigste kansen voor hem die zich bekeert. niet

te gissen,

aanwijzen.

die het getal der niet-bekeerden

De gedachte aan

dit

feit is

Of is ook dit verschijnsel niet in het oog springend? Zijn er niet telkens „twee in één molen" of „twee op één akker," gelijk de Heere en dat toch de ééne verlaten wordt en de andere aangenomen? eenzelfde moeder gedragen, aan eenzelfde borst gezoogd, in eenzelfde gezin opgevoed, in eenzelfde wereld verkeerend, en toch in den één vijandschap tegen datzelfde geloof, dat voor den ander al zijn lust en zijn liefde is. Doch zelfs daar blijft het niet bij. Van die twee is vaak hij die onbekeerd sterft, iemand van teeder gemoed, nauwgezette plichtsbetrachting, zorgzame trouw en onbesproken levensgedrag; terwijl juist de ander maar al te dikwijls een wilde loot bleek te zijn, vallend en uitspattend en zich keerend tegen het edele. Maar immers zoo u te raden was gegeven, wie van deze beiden door zou breken tot geloof, ge zoudt duizend tegen één voor den eerste gekozen hebben en toch, als ge op hun einde let en tot Gods heiligdom ingaat, blijkt het juist omgekeerd. De jongeling die zegt alle geboden onderhouden te hebben, gaat troosteloos heen, terwijl de Maria van Magdala zalig wordt gesproken. De man, die al zijn goed aan de armen gaf, bleek ten leste niets dan een luidende schel en een klinkend metaal te zijn, terwijl de opgewonden jongeling van Tarsen, die vele wederpartij dige dingen tegen den Christus had gesproken, de eerekroon van het Apostelschap ontvangt. De onbesproken Parizeer sterft in zijn zonde, terwijl de moordenaar van het kruis naar het Paradijs gaat. Zoo was het in Jezus dagen. Zoo zien we het nog. Tusschen de verhoudingen vóór en de verhoudingen na de bekeering is eer tegenspraak dan harmonie. zegt,

Twee door

;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's

Het heil ons toekomende - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 266 Pagina's