Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De leer der Verbonden - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De leer der Verbonden - pagina 116

2 minuten leestijd

!

106

En waarom

het

is

nu zoo diep

ellendig

met

Israël afgeloopen?

Waardoor kwam het in zulk een toestand? Och,

zeg

met ons

Adam

ons,

om

menschen

dat

beantwoorden, eerst eens:

te

generaallijk zoo treurig staat?

waarom

Is het niet,

het

omdat

en daardoor al wat daarna kwam tuimelde? Heere zeggen, stond het nu ook bij Israël. Dat Israël zoo schrikbarend, de eeuwen door, tegen zijn God inging, lag aan twee oorzaken: 1. daaraan dat het eerste Israël in de woestijn als volk reeds gevallen was, en daardoor heel den wortel van het volksbestaan had doen splijten, en 2. daaraan dat Adams bondsbreuk in Israëls bondsbreuk nawerkte. Er bestond dus tusschen Israëls bondsbreuk in de woestijn en Adams bondsbreuk in het paradijs niet slechts sterke overeenkomst, maar ook oorzakelijk verband en het lag derhalve als voor de hand, om Israëls schrikkelijke, al doorgaande goddeloosheid daaruit te verklaren, dat evenals Adam eens in het paradijs, zóó ook Israël in de woestijn gevallen was, en „daar" d. i in de woestijn, met hun God den spot dreven. Hiertegen nu in te brengen: „Ja, maar God sloot met Adam geen verbond, dus kan de vertaling als Adam niet goed zijn," is natuurlijk een gansch ongeoorloofde manier van de Schrift uit te leggen. Dat toch is juist het punt in quaestie. En zegt men ten slotte „Ja, maar Hosea's tijdgenooten kunnen er dat niet uit verstaan hebben!" dan sta hier tegenover tweeërlei: 1. dat dit beweren volstrekt onbewijsbaar is, en met het oog op Job 31 33 en Jeremia 31 33 eer hoogst onwaarschijnlijk is; en 2*^. dat deze tegenwerping wortelt in een geheel valsche voorstelling van de inspiratie. Immers in Hosea's te boek gestelde godspraken hebben we volstrekt niet het volledige stel profetieën of redenen die hij voor Israël hield, maar een arbeid des Heiligen Geestes, die slechts in verband met Hosea's practisch optreden onder zijn tijdgenooten, voor de kerk aller eeuwen was bestemd, en dus ook op dat doel was berekend En wel verre van over deze gewichtige plaats heen te loopen, danken we dan ook den Heiligen Geest, die in deze schoone profetie de diepe waarheid en stellige realiteit van het toerkverbond, dat met Adam, werd gesloten, zoo heerlijk aan het licht bracht. viel,

Welnu,

zóó, wil de

;

:

:

:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's

De leer der Verbonden - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's