Het heil in ons - pagina 50
;
40 Hierdoor
echter
uitspraak
der
wordt
niets
te
kort
gedaan,
noch
aan de
stellige
dat de Heere persoonlijke organen in de Geonze geestelijke geboorte te weeg te brengen, noch
Schrift,
meente bezigt om aan het even onbetwistbare feit, dat ook nu nog verreweg de meeste geloovigen, den man of de vrouw met name noemen kunnen, die het middel was om hun zielsoog te ontdekken en uit het werk hunner wedergeboorte niet kan worden weggedacht. Let men er nu op, dat Paulus, niet als een op zichzelf staand geloovige alleen tot de Corinthiërs, de Galatiërs en Filemon spreekt, maar als apostel en dus der Gemeente, dan blijkt ook hieruit, hoe door de als ambtsdrager Schrift zelve onze persoonlijke wedergeboorte met die Gemeente in onafscheidelijk verband is geplaatst. Ditzelfde blijkt ten derde uit de beteekenis van Woord en Sacrament. Naar luid der Schrift komt de wedergeboorte tot stand door het Woord. „Naar zijnen wil, dus schrijft Jacobus, heeft Hij ons wedergebaard door het Woord, der Waarheid;'' en evenzoo Petrus: „Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.'''' Hetzelfde geldt van hét sacrament des Doops. Ook dit sacrament strekt gelijk het sacrament des Avondmaals tot versterking van de geloofskracht der Gemeente, en deze verhoogde geloofskracht der Gemeente is in Gods hand middel, om aan de geestelijke geboorte van de kinderen des Koninkrijks dienstbaar te zijn. Deswege heet de Doop „het had der wedergeboorte''' en spreekt de Heere met nadruk van „een wederom geboren worden uit water en geest." Staat het nu vast, dat het Woord en het Sacrament de twee genademiddelen zijn, die de Heere aan zijn Gemeente heeft toevertrouwd, die de Gemeente bewaart en uitdeelt, dan springt ook hierdoor in het oog, hoe persoonlijke wedergeboorte ondenkbaar is, tenzij ook de Gemeente in haar beteekenis worde erkend. Dat we ten slotte ook op de Gemeente als één lichaam wijzen, kan niet bevreemden. Een lichaam is het vaste beeld, dat telkens en telkens weer ter aanduiding van den aard en de natuur der Gemeente in de Schrift gebezigd wordt. Behoeft het nu nauwlijks herinnering, dat de groei van een lichaam niet ontstaat door invoeging, inzetting en inschuiving van nieuwe lichaamsdeel en, maar doordien krachtens den aanleg van het lichaam, in het lichaam zelf de nieuwe cellen door den Schepper gevormd worden, dan blijkt ons, dat deze groei van binnen uit levenswet ook voor de Gemeente van Christus is en de wedergeboorte der enkelen beheerscht. Voeg nu deze gegevens saam: lo. de Gemeente onzev allev Moeder 2o. geen wedergeboorte zonder een, die als orgaan der Gemeente, ons tot een geestelijken vader in Christus wordt; 3o. wederbaring ten leven door de genademiddelen die aan de Gemeente zijn toevertrouwd; en 4o. de Gemeente een lichaam en als het lichaam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's