De leer der Verbonden - pagina 76
66
II.
EERST BIJ SINAÏ OF REEDS IN HET PARADIJS? Maar zij hebben Adam.
als
Een
ieder
die
nog
niet ganschelijk
het
Verbond overtreden Hosea 6 7. :
met de
Schrift heeft gebroken, aan ons menschen een weg geopend is, om tot een nog veel hooger gelukstaat op te klimmen, dan we hier op aarde thans hebben niet alleen; neen, maar ook dan Adam had in het paradijs. Dien gelukstaat in al den omvang van zijn heerlijkheid en al de schittering zijner zaligheden, noemen we het „eeuwige leven"; een „eeuwig leven" dat voor de kinderen Gods reeds hier op aarde door het geloof moge genoten worden, maar dat als volle genieting toch eerst komt na ons overtreden uit dit voorbijgaand bestaan in ons eeuwig aanzijn. Nu zijn ons in de Heilige Schrift klaar en duidelijk twee geheel verschillende wegen afgebakend en aangewezen, waarlangs we dat „eeuwige leven" verwerven kunnen. Indien wij gelooven in den Heere Jezus Christus; niet in oppervlakkigen zin, niet met gevoelsbeweging; noch ook met verstandelijk napraten; maar gelooven met een geloof dat de Heilige Geest ons door het Woord in het hart heeft gewerkt, dan zijn we gewis en verzekerd, dat dit „eeuwige leven" onze stellige erfenisse is, die ons niet kan ontgaan. Dat is dus de ééne weg. Maar niet minder stellig wordt ons én in de oude bedeeling door Mozes én in de nieuwe bedeeling door Jezus zelf nog een andere weg aangewezen, die, indien de mensch hem maar ten einde toe afloopt, moet en zal uitloopen op hetzelfde doel. Die andere weg nu bestaat daarin, niet dat ge in den Borg gelooft, maar geheel omgekeerd in het volbrengen van Gods wet. Doe dat en gij zult leven! is de telkens herhaalde uitspraak, waarop het zegel gedrukt is door Gods eigen Zoon. En nu staat het wel zoó, dat er niemand is, die op dien tweeden weg zoo wandelt, dat hij het einde er van vindt; en geven we dus zonder voorbehoud toe, dat feitelijk langs dien weg „het eeuwige leven" nooit door één enkelen mensch gevonden is noch ook ooit gevonden zal worden. Edoch, dat ligt niet aan den weg, die goed is, maar aan den mensch, die onbekwaam is om hem af te loopen. En zoo is het er dan door 's menschen val in zonde toe gekomen, dat er thans slechts één weg is, die met goed gevolg door ons kan bewandeld worden, t. w. de weg des geloofs.
erkent,
stemt
toe
en
belijdt,
Maar vreemd genoeg, doet
dat
zich
er
nu
het zonderlinge verschijnsel voor,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 242 Pagina's