Heils termen - pagina 238
228 ons de diepten van een dood uit te drinken, „waaronder wij eeuwighadden moeten bezwijken." Zonder sterven, zonder een ingaan in den dood, is dus Jezus' a m b t e 1 ij k leven niet denkbaar. Er zou geen plaatsbekleeding, er zou geen priesterlijk drageïl van onze ellende en onzen dood geweest zijn, zoo er zonder sterven een uitgang uit dit leven voor den Immanuël ware geweest. Het ambt eischte dus een uitgang door den dood. Maar nu de persoon? Zijne smettelooze heiligheid bepleiten we ook niet met een enkel woord. We aanbidden haar. Tot de diepste kern van zijn zielsleven is in de ure zijner ontvangenis de zonde niet genaakt. De overgang der gevloekte erfenis wierd voor Hem afgesneden. In Maria's schoot verwekt, maar niet door den wil des mans, noch door den wil des vleesches, was Hij de „Heilige," uit Maria geboren, voor wien geen gemeenschap met de zonde naar de diepste innigheid van Zijn persoonlijk menschelijk leven kon bestaan. Leert nu de Schrift op elke bladzij, sjjreekt het uit geheel de zedelijke opvatting van het sterven, getuigt onze eigene conscientie in ons, dat waar geen zonde is geen dood kan zijn, dan voegt ons uit eerbied voor Christus' persoonlijkheid de stellige belijdenis, dat zijn heilige persoon een uitgang uit dit leven eischte, die buiten de paden des doods omging. Waar is die uitgang? Waar is dat einde, waartoe Jezus' heilig persoonlijk leven geraakt? Waar is nu het verhaal onzer Evangeliën, de plek, het oogenblik genoemd, waarin dat persoonlijk leven, aan zijn natuurlijken eindpaal gekomen, zich naar den eisch van zijn geaardheid een uitgang zal banen, om eerst daarna met vrijen persoonlijken wil den anderen uitgang, door het ambt Hem opgelegd, te kiezen? Waar? Ons dunkt, nergens, zoo niet op Thabor, zoo niet op het oogenblik van Jezus' verheerlijking. Alleen hier is op het Evangelieblad sprake van een gebeurtenis, een feit, waarin geheel de persoonlijkheid onzes Heeren, juist afgescheiden van zijn ambt, betrokken was; juist hier wordt ons een feit beschreven, dat elders in de Schrift uitdrukkelijk als „uitgang uit dit leven zonder te sterven" wordt geteekcnd; de ondergeschikte feiten, die hier het hoofdfeit verzeilen, verplaatsen ons alle zoo zichtbaar in een hoogere sfeer des levens, waarbij de uitgang reeds half volbracht schijnt; de plaats eindelijk, die de verheerlijking op Thabor in ons Evangelisch verhaal tusschen het voorafgaande en volgende inneemt, wijst zoo nadrukkelijk op de beslissende worsteling tusschen lijden en heerlijkheid, dat we als meer dan een gissing de meening wagen uit te spreken de verheerlijking op Thabor is het natuurlijk einde van Jezus' persoonlijk leven; zoo Hij niet, als Middelaar, krachtens zijn ambt, den anderen uitgang gekozen had, zou zijn uitgang op Thabor het natuurlijk uiteinde van zijn aanzijn op deze aarde zijn geweest. Slechts ter verduidelijking van onze bedoeling voegen we er nog bij, dat, stond er ook nu een lijk
— :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's