Heils termen - pagina 132
122 voortgaande nu ook den moed hebben te beweren, dat er een keerpunt in het Christelijk leven komen kan, waarop het cijfer der zondif!:e daden tot nul gedaald, en dat der goede werken volle cijfer geklommen is. Men weet, dat er werkelijk een tot het strooming der geesten zich beweegt, die aan verschillende oorden der wereld met ernst de vraag heeft doen opwerpen, of dit te boven komen der zonden niet allen ten doel moet gesteld worden, en of ernstige aangrijping van ons zelven, niet ten leste naar dien volmaakten trap van heiligheid zou leiden, dat er allerwege kringen van Kinderen Gods konden ontstaan, die van alle zonde rein, voortaan het „struikelen in velen" in hun Bijbel schrappen konden. Wie de Amerikaansche, Schotsche en Fransche bladen leest, zal zich terstond herinneren met welk een volharding en rusteloosheid dit bereiken van den hoogsten trap der heiligheid, als de roeping der gemeente Christi in onze dagen gepredikt wordt. Dit verschijnsel is te gewichtig, om ter loops beoordeeld te worden. We zeggen er daarom thans slechts dit van: Vooreerst, dat de Christen, die de voortgaande heiliging in den door ons bestreden zin opvat, elk recht mist, om deze zienswijs te bespotten. Immers, meent men werkelijk, dat heiliging gezocht moet worden door vermeerdering van de heilige bestanddeelen in ons, dan is het slechts traagheid, ter helfte op dien weg te blijven stilstaan, en zijn alleen zij consequent, die het woord bij de daad voegende, nu ook beweren, ten leste dat hoogste toppunt des heiligen levens bereikt te hebben, waarop het niet-meer zondigen de oprechte belijdenis der lippen is, gegrond op ervaring van het hart. En ten andere, dat dit geheele standpunt, hoezeer ook verklaarbaar uit de ziekelijke ontaarding van het gemeenteleven, in naam der Schrift moet veroordeeld worden, en niet op haar gegrond is, maar tegen haar strijdt. Naar luid Gods Woord blijft de strijd met de zwakheid des vleesches al ons leven aanhouden, en komt de afsterving der zonden eerst in den dood. En evenzoo wordt de betuiging, dat de wedergeborene niet zondigt, allerminst als laatste uitkomst van het streven naar heiligheid aan het einde van 's Christens loopbaan geplaatst, maar van eiken uit God geborene, zonder graad- of trapverschil uitgesproken, uitsluitend op grond van het zaad Gods, dat in hem blijft, dat is, gelijk onze Kantteekenaren volkomen juist beqiient
eindelijk
merken:
We
Zijn
Woord.
voegen er nog bij, dat het steeds dieper schuldbesef met deze opvatting van „heiliging" in lijnrechte tegenspraak is. Yan aller vromen lippen is alle eeuwen door een schuldbelijden beluisterd, dat, verre van allengs te verstommen, juist bij krachtiger ervaring van Gods genade, steeds uit dieper diepte oprees, in kracht van bewustheid won, en eerst in de ster vensure zijn volste uiting bereikt had. Dit is ervaring. Dit is een feit. Elk Christen zal als dor en geesteloos juist die tijdperken zijns levens veroordeelen, waarin Hij de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 294 Pagina's