Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Honig uit den rotssteen - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Honig uit den rotssteen - pagina 132

3 minuten leestijd

!

118

o, dan komt het Woord des God aan mijn ziel gedaan heeft !" Heeren u nog eens zoo scherp en zoo hard over u verwaten en opgeblazen ziel schrijnen, om ii diep en wel te doen beseffen, dat juist dat inmengen van het heilige de zaak voor u niet beter, maar juist nog zooveel slechter maakt. Want ja, het is wel zoo die sluwheid heeft uw ziel den verleider Om hoog te kunnen roemen en nog den schijn der wel afgezien nederigheid op den koop toe te hebben, is niets geschikter en doeluw grootspraak bij voorkeur het heilige als treffender, dan om bij pronkmiddel te nemen. Zeg dat ge dapper zijt, en men roept u na dat ge bluft. Zeg van u zelf dat ge knap zijt, en men noemt u verwaand. Neen, met dat alles kunt ge geene eere inleggen. Maar zeg dat ge van Gods heiligen en o, die allerhoogste pretentie weerspreekt men u uict, maar zijt, men gaat er voor uit dén weg, en ziet er om tegen u op, en denkt: „Wat een bijzonder man moet zulk een toch wel wezen, die dat van :

!

zich zelf zeggen durft!"

En

het gaat zoo makkelijk Eerst niet. De eerste stap kost. Dan wil het woord haast niet over de lippen, en bij de opening van onzen mond staat de goede wachter der beschaamdheid nog, dien God de Heere er gesteld had, om ons te

bewaren.

is die eerste aarzeling eenmaal overwonnen; zijn we eenmaal aan het uitspreken van ons zelf; aan het zeggen gekomen; o, let er dan zelf maar eens op, hoe dan vooral bij menschen die wat vlot ter tale zijn, dat zeggen een soort gewoonte wordt, iets dat hun op de lippen bestorven ligt, en van lieverlee elke heilige schuchterheid van

Maar

de onreine lippen week. Zie, toen de profeet geroepen werd om van het heilige Gods te spreken, toen klaagde hij diep uit de ziel: „Heere, met deze onreine lippen kan ik uw heiligheden niet uitspreken !" En toen vloog een seraf van den altaar, die eerst zijn spraakorganen uitbrandde. Wat beteekent dat? Wilde dat zeggen, dat Jesaia, zonder die pijnlijke heiliging van zijn lippen, de woorden van de heilige dingen niet zou hebben kunnen spellen en verstaanbaar uitspreken? Natuurlijk neen. Op zich zelf immers zijn die woorden niets dan de zeer gewone

woorden

van

het

met

dagelijksch leven.

Maar

dit lag er in

:

Jesaia was

onreine lippen die heilige dingen onheiliglijk beroererf zou, er over aan het praten en uitflappen zou raken, en dat praten misbruiken zou tot eigen verhetting juist evenzoo als dat ons zoo telkens overkomt. En waar een held Gods als Jesaia dan die diepe behoefte aan wijding van zijn lippen gevoelde, om niet én zijn lippen én het heilige tot eigen zelfverheerlijking te misbruiken, wat voegt dan aan ons niet, die aan nog zooveel grooter gevaar blootstaan? bang,

dat

hij

zijn

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's

Honig uit den rotssteen - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 330 Pagina's