Practijk der godzaligheid - pagina 123
115 Datzelfde geldt voorts ook van het dienend huispersoneel, van arbeiders op land of werkplaatsen, kortom van allen die onder anderen gesteld zijn. Uit vrees voor onaangenaamheden, geven o, zoo vele huisvrouwen,
en
o,
maar
zoo vele hoofden van industrieele ondernemingen tegenwoordig zien alles door de vingers, en doen alsof ze niets hooren.
toe,
men er zelf maar niet al te veel last van heeft, laat men zijn onderhebbend personeel betijen, of gelijk men het nog verachtelijker uitdrukt, „in zijn eigen sop gaar koken." Dat nu is niets dan lafheid. Het is gemis aan moed en plichtsbesef. Men weet dat men stuiten zal op weerstand; dat het bestraffend woord een grof brutaal wederwoord, misschien wel een vloek, ontmoeten zal. En zoo zwijgt men. Gemakshalve. Huilend met de wolven. En het kwaad kruipt voort en voort. Kegel en richtsnoer is niet: „Wat moet naar eisch van Gods Woord?" maar alleen: „Hoe moet ik het aanleggen, om de minste !" moeite met mijn booien of mijn volk te hebben Niet dat men daarom onverschillig voor hun zielen is. o, Neen, men zal nog voor ze bidden; ze binnen laten komen bij het lezen; hun nu en dan een goed woord toespreken; goede lectuur in handen geven; teederlijk voor ze zorgen. Maar waar men op struikelt, dat is op het punt van gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid is beter dan offerande. En tegennatuurlijk en tegenschriftuurlijk is het, om de vastigheid van Gods ordonnantiën bij uw onderhebbend personeel te ondermijnen, en dan voorts hun Gods erbarming te prediken. Neen, niet alzoo, broeders en zusters. De prediking en handhaving der wet mag niet losgewrikt. De wet moet ook in uw huis, op uw akker, op uw werkplaats doorgaan, en die wet Gods is, dat er één die beveelt en een ander die gehoorzaamt, of ook dat er een zij accoord zij van loon en arbeid, en dat het stipt naar dat accoord ga. En dan eerst, als door die gestadige dagelij ksche prediking van het gezag van Gods wet, de spieren weer opstijven uit haar slapheid, eerst dan hebt ge recht en mag er drang in u zijn, om nu ook als priester en priesteresse op te treden, en de zielen te zoeken van wie u dienen. Hetzelfde eindelijk geldt evenzeer van allen die door anderen, in maatschappijen of vereenigingen, te waken hebben voor anderer rechten of voor de rechten der gemeenschap. Zelfs een voorzitter op een vergadering, die in stee van den moed en de veerkracht te hebben, om het scheepke veilig door de branding der heete discussiën door te leiden, uit slappe toegeeflijkheden de teugels maar glippen laat, misdoet. Men mag zoo niet handelen. Alle bevoegdheid en gezag, waarmee men over menschen bekleed wordt, is geen speelgoed, waarmee men zich vermaakt, noch een pluim die men als sieraad op Indien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 272 Pagina's