Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dat de genade particulier is - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dat de genade particulier is - pagina 150

3 minuten leestijd

J40

„Zoo zal Ik uit ii een ander groot volk, in de plaats van Israël, doen voortkomen." Hier staat dus duidelijk uitgesproken, dat de Heere Israël om zijn afval geheel wilde verdoen; te niet doen de wondere schepping, die Hij in Isaaks geboorte begonnen had; en na die vernietiging van Israël opnieuw een ander heilig volk in het leven wilde roepen uit de plaats van Abraham de vader aller geMozes, zoodat Mozes loovigen zou zijn geworden. We gaan dus volstrekt niet buiten de grenzen van hetgeen ons in de Schrift geopenbaard is, indien we ook bij den val van Adam voor een oogenblik, als bij manier van tegenstelling, het denkbeeld laten opkomen, dat God de Heere heel de menschheid en al het geschapene om dezen goddeloozen afval en schandelijke ongehoorzaamheid had kunnen verdelgen en verdoen, om voorts door een nieuwe scheppingsdaad een ander menschelijk geslacht, een andere wereld, een ander zichtbaar heelal in het leven te doen treden. En nu, met dit denkbeeld van een gansch billijk en rechtvaardig oordeel, waar geen schepsel iets tegen zou hebben kunnen inbrengen, voor oogen, komt nu de Heilige Schrift ons hierin de ondoorgrondeGods raad openbaren, dat de Heere onze lijke barmhartigheden van God tot die verdelging, tot dit verdoen, tot deze tenietdoening van het gevallene niet overging; maar er op inging om naar dien gevallen mensch, naar die ontzielde wereld, naar dat ontluisterde heelal nog de hand der redding, nog den arm met macht uit te strekken; en het won en het gedaan kreeg, dat toch in het eind nog uit diezelfde menschheid, nog uit diezelfde wereld, nog uit dat eerst geschapen samenstel der dingen zijn lof en zijn glorie zou voortkomen. Dat is het „alzoo lief heeft God die wereld gehad!" Diezelfde wereld, waarvan diezelfde Heilige Schrift ons getuigt, „dat ze in het booze ligt", desniettemin „alzoo liefgehad" dat Hij er zijn eeniggeboren Zoon voor gaf. Zie, de gevallen menschheid wordt voorwerp van Gods medelijden, niet meest noch enkel, omdat ze door Satan verleid is. Want Satans verleiding maakt het wel begrijpelijk, hoe de zondaar nog redbaar bleef, maar laat het even volstrekt onbegrijpelijk, als elke andere verklaring, hoe een zoo onuitsprekelijk bevoorrecht schepsel als Adam, de boosheid kón begaan en bestaan, om tegen zulk een heerlijk God zóó gruwelijk zich te verheffen en zoo schandelijk te bezondigen. Maar ook zóó bleef dan toch die mensch een schepsel, in welks schepping God de Heere zijn grootheid had betoond. Hoe ook ingezonken en ontzonken aan haar glorie, bleef die wereld dan toch Gods wereld; zijner handen werk; het pronkstuk zijner almacht, waarin zijn goddelijke deugden zich weerkaatsten. En daarom, omdat die wereld „de wereld van God was;" en God dus in weerwil van haar ontluistering die wereld, als zijn schepping,

w

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's

Dat de genade particulier is - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's