Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Nadere verklaring - pagina 12

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nadere verklaring - pagina 12

3 minuten leestijd

10

andere aannemelijke verklaring ze alleen

maar

om

blijft

is

buitengesloten. Anders strekken

de mogelijkheid van wat

alle

bewijs, dat het zoo

is,

men beweert aantetoonen, ontbreken.

wat in casu te meer geldt, zoo men de gronden voor deze vermoedens, gelijk ze in het V.V. staan opgeteekend, nader toetst. Slechts twee gronden toch worden opgegeven voor het vermoeden, dat de Iets

geloofwaardigheid staat niet:

welke eens

zijn

aan

mijner verzekering „niet versterkt wordt." Er „wordt weersproken", maar: „niet versterkt wordt". En die twee gronden? De eerste is, dat ik meer dan

genoemde

door haar

bevestigen

juffrouw verklaarde, en ik voeg er liet,

bij:

en

dat ik door de bedoelde gelden over te

maken, hoegenaamd geene verplichting op mij nam. Alsof men de gesprekken van een niet altoos even logisch redeneerende

bij

vrouw, zich niet soms onwillekeurig afvroeg, of er ook iets anders achter kon schuilen, en alsof het dan niet geraden ware, zelfs de mogelijkheid van zoodanig misverstand aanstonds af te snijden. straks

En de tweede grond voor reeds

toegelichte

jaar", in plaats van

:

dit

vermoeden

vergissing, dat

„geruimen

tijd

ik

in het V. V. is

schreef:

daarna".

Wat

de

„anderhalf

nu, zoo vraag

men wel oordeelen van een rechter, die op zulke niets ik, zou zeggende gronden, een vonnis krachtens vermoedens streek? Vooraf wordt er dan nog gewezen op het onderstelde feit, dat ik omtrent de voordracht tot het verleenen „der ridderorde" d.i. van de ridderorde op 31 Aug. 1903 aan den heer Rud.Lehmann verleend, correspondentie zou hebben gevoerd met bedoelde juffrouw, en zulks niettegenstaande in geene der geschrevene briefkaarten of briefjes ook maar het woord decoratie, laat staan eenige aanduiding speciaal van deze decoratie voorkomt. En dan nog, dat ik iets zou geschreven hebben over de Utrechtsche Universiteit, iets waarover ik niet nader oordeelen kan, voor dat ik het stuk zelf zie, maar in den afdruk waarvan in elk geval evenmin van eenige decoratie sprake was. Blijft dan nog de vraag, of toch uit de gepubliceerde briefjes niet blijkt, hoe enkelen ervan strekten, om tot het doen van daden in het nationaal belang aan te moedigen en aan te wakkeren, en of hierachter niet de belofte school, dat zulke daden voor een onderscheiding in aanmerking zouden komen. Hiertegen nu zij al aanstonds opgemerkt, dat evenzoo in geen van deze briefjes ook maar met één woord van een decoratie sprake is, veel min van het feit, dat zulke daden gelijk het V. V. beweert, op een onderscheiding „aanspraak" zouden geven. Van eenige aanspraak kon hier reeds op zich zelf nooit quaestie zijn. Alle onderscheiding toch, die H. M. de Koningin verleent, is het verleenen van een eereteeken, waartoe de Kroon nimmer gehouden of

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's

Nadere verklaring - pagina 12

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909

Abraham Kuyper Collection | 28 Pagina's