Dat de genade particulier is - pagina 28
18
ook voor mijn overtuiging de zaak hiermee uit zijn. En al ware het dan ook, dat ik moest blijven beweren, geen kans te zien, deze stellige verklaring met de doorgaande Schriftopenbaring te rijmen, dan zou ik desniettemin nog tienmaal liever mijn eigen onbekwaamheid tot het vatten van den samenhang van dit schijnbaar strijdige belijden, dan dat ik rechtstreeks willens en wetens, en dus met opgezette tegen de klare, heldere Schrifttaai in ging. metterdaad, gelijk men weet, mijn tegenstanders, dat er zulke Schriftplaatsen zijn. Schriftplaatsen waarmee ze dan bedoelen niet die vele twijfelachtige en onbepaalde en onzekere, waarover zich, ook naar hun toegeven, voor en tegen disputeeren laat. Neen, maar Schriftplaatsen van zoo ondubbelzinnig, beslissend en afdoend karakter, dat het, naar hun beweren, met deze enkele uitspraken reeds is uitgemaakt. Zoo b. V.; en dat is wel de principaalste verschansing, waarin ze de kracht van hun verdediging zoeken als de apostel Johannes schrijft: „En hij is een verzoening voor onze zonden, en. niet alleen voor de 2). onze, maar ook voor de (zonde) der geheele wereld" (1 Joh. 3 Want, na u met klem en verheffing van stem vooral de slotwoorden van dit vers te hebben voorgelezen, zien ze u dan vragend en met een glimlach om de lippen en met zekere zelfvoldoening in de oogen, en roepen nu triomfantelijk uit: „Of ge het dan nu met de eigen woorden der Schrift gehoord hebt, dat er wel wezenlijk en klaarlijk en zeer stelliglijk van een verzoening niet alleen voor de uitverkorenen, maar van een verzoening ook voor heel de niet uitverkoren
intentie,
En nu beweren
;
:
wereld staat." Welnu, de overwegende bedenking aan deze en een tweetal andere teksten ontleend, wil ik vooraf uit den weg ruimen, omdat ik voel, dat alle verdere ontvouwing steeds door die sterksprekende Schriftwoorden zou worden gedrukt. Immers het zou mij dan niet baten, of ik al op de overtuigendste wijs de onhoudbaarheid van de algemeene genade in het licht stelde. Want telkens en telkens zou bij den lezer dat machtige woord van Johannes weer in 't oor en door de ziel klinken: „maar ook voor de zonde der geheele wereld!" en hiermee zou, naar een recht waar ik zelf voor buig, al de kracht van mijn uiteenzetting gebroken zijn. Want dit spreekt toch immers wel vanzelf, dat een Schriftwoord zijn macht op ons heeft, niet naar het door den Heiligen Geest bedoeld is, maar naar gelang van de opvatting, die er in onze omgeving van gangbaar is. En nu er eenmaal geen twijfel over bestaat, of men is iDijna in alle kringen van jongsaf gewend geweest, dit: „maar ook voor de zonde der geheele wereld!" als een stellige openbaring van de algemeene genade op te vatten, nu kan het ook niet anders, of een iegelijks geest zit in die valsche opvatting gevangen en komt er, tenzij ge hem er opzette-
—
—
lijk uit helpt,
niet
weer van
los.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1909
Abraham Kuyper Collection | 270 Pagina's